Handelspolitiek en monetaire politiek

Handelspolitiek en monetaire politiek

In de NRC van 20 juni schreef redacteur Egbert Kalse een artikel over de relatie tussen de handelsoorlog die Trump aan het voeren enerzijds en de gevolgen die het heeft voor de monetaire politiek van de Fed en de ECB anderzijds. De centrale banken maken zich zorgen over de negatieve effecten van de handelsoorlog, voor de wereldeconomie. Ter compensatie overwegen ze een verlaging van de rente en de ECB overweegt het opnieuw opstarten van het aankoopprogramma.

Naar mijn idee is het onverstandig om het monetaire beleid te gebruiken, terwijl er geen echte macro-economische oorzaken aan de dreigingen ten grondslag liggen. Trump is een oorlog begonnen, omdat hij van mening is dat de Chinese overheid op een oneerlijke manier de prijzen van de Chinese goederen vaststelt. Vele landen zijn dit met hem eens. In dat geval tracht hij dus alleen een oneffenheid in de prijsstructuur te repareren. In perioden, waarin forse prijsaanpassingen plaats vinden, zullen de macro-economische aggregaten een dalend verloop hebben – een recessie dus. Maar als centrale banken op iedere dreiging van een recessie de rente laten dalen en de hoeveelheid geld in omloop laten stijgen, dragen ze bij aan de volatiliteit van prijzen en prijsstructuur. Vele centrale bank ‘watchers’ rapporteren elke dag of er al dan niet een rentedaling aankomt. Veel beter is bij te dragen aan de stabiliteit van het wereldsysteem door een stabiele rentevoet te hanteren. Bovendien is het verstandig om de hoeveelheid geld in omloop niet teveel te beinvloeden – laten de vragers naar kasgeld dat maar bepalen. Gezien de voortdurende dreiging van spaaroverschotten, zal die stabiele rente laag moeten zijn.

De depressie van de afgelopen jaren had een hele andere oorzaak. Maar ook toen lag de nadruk teveel op de mogelijkheden van de monetaire politiek, terwijl begrotingspolitiek en loonpolitiek toen een substantiele bijdrage hadden kunnen leveren. Dat is toen niet gebeurd – een grote fout. Maar laten we nu er verstoringen van micro-economische aard zijn, niet ons macro-economische apparaat weer in stelling brengen. Dat leidt alleen maar tot meer kunstmatig vastgestelde prijzen, en dus tot verdere noodzaak tot aanpassing.

Piet Keizer, Utrecht University School of Economics, 8-07-2019

Posted in Columns | Tagged , , , , | Leave a comment

Barry Eichengreen on Populism and Economic Uncertainty

Barry Eichengreen on Populism and Economic Uncertainty

Recently Oxford University Press published a book by Eichengreen “The Populist Temptation. Economic Grievance and Political Reaction in the Modern Era”. He argues that economic uncertainty is the cause of the rise of populism, rather than the need for a particular identity or culture. Sometimes an interview with the author is more telling than just reading the book. In an interview in a Dutch newspaper under the heading “Populists are economic illiterate” (Arnold de Groot, NRC, 1 June, 2019), Eichengreen shows his prejudices explicitly. It is culture or economic situation – not a complex interaction between the economic and the social process. He is an economic historian. He says that he is an economist, and therefore he considers the economic factor as the decisive one. As historian he has discovered that over the last 200 years populism in the Western world has always preceded by a period of economic uncertainty. So, the lesson from our economic history is that we should implement social policies to reduce economic uncertainty.

Continue reading

Posted in Columns, Multidisciplinary Economics | Tagged , , , , , | Leave a comment

Dijsselbloem in Trouw

Dijsselbloem in Trouw

Zaterdag 1 september publiceerde Trouw een interview met Jeroen Dijsselbloem. Het is opvallend hoe sterk de interviewer meegaat met de persoonlijke waardering van Dijsselbloem voor zijn Griekse tegenspeler. Inhoudelijk gaat het nauwelijks over de grote vraag of het pakket van bezuinigingen en hervormingen het herstel heeft bevorderd of belemmerd. Daar komt Dijsselbloem goed mee weg. We weten dat vele economen van naam – Stiglitz, Krugman, Galbraith, Summers, Sachs en Buiter bijvoorbeeld, pal achter de Griek stonden. Ook het IMF, het ECB en de Fed hadden ernstige bedenkingen bij het beleid van de Duitse minister van Financien, Schauble en Dijsselbloem. Maar wat echt niet kan, is de mededeling dat voorzichtige schattingen uitwijzen dat de Griek zijn land minstens honderd miljard heeft gekost. Dijsselbloem: “De duurste minister van Financien in de geschiedenis. Wie ook maar een beetje verstand heeft van de situatie enerzijds en van kosten-batenanalyse anderzijds, schaamt zich voor deze opmerking. Er is geen bronvermelding (!), maar uit het boek van Dijsselbloem blijkt dat Regling, de baas van het noodfonds en Wieser de naaste medewerker van Dijsselbloem, de bronnen te zijn. Een dergelijke ‘vinger in de lucht’- methode verdient geen publicatie.

 

Piet Keizer, professor of Economic Methodology, Utrecht University School of Economics, 13 – 09 – 2018

Posted in Columns | Tagged , , , , , , , , , | Leave a comment

Het FD over het academisch economie-onderwijs

Het Financieele Dagblad over het academische onderwijs in de economie

Afgelopen vrijdag heeft een journalist van het FD een artikel geplaatst over het academisch onderwijs in de economie. Een onderdeel van zijn voorbereiding was een gesprek met mij over mijn boek dat vorig jaar door Amsterdam University Press gepubliceerd (zie de titel aan het einde van deze tekst). Toen het artikel geplaatst werd, bleek dat het FD een collega had gevraagd om kritisch te reageren; hij kreeg echter het boek, op basis waarvan het interview had plaatsgevonden, niet toegestuurd. Dit bleek een bron van misverstanden. Vandaar een korte reactie op de kritiek. de meeste voorbeelden zijn leuk om te lezen, maar ze raken mijn essentiele kritiek niet. Waar het echt mis gaat, zijn de volgende punten:

  1. Het boek van Acemoglu en anderen gebruikt de term ‘neoklassieke theorie’ niet eens.  Reactie: precies, zo erg is het al geworden. Ik ken het werk van Acemoglu goed, en de man is wars van theorie: hij ontwikkelt een institutionele boodschap, zonder ook maar 1 keer duidelijk te maken, welke gebeurtenissen als een prikkel werken, en welke niet. Hij gebruikt nooit enige referentie naar sociologie en psychologie. Het is ongelooflijk hoe chaotisch deze man omgaat met begrippen. Door niets te zeggen over zijn theoretische kader probeert hij ermee weg te komen.
  2. Het voorbeeld van de werking van de meloenenmarkt: als de prijs ervan daalt, gaan de mensen er meer van kopen. Reactie: een onderzoeker heeft een multi-disciplinair kader nodig om per geval te kijken of het economische, het sociale motief of het psychische motief een doorslaggevende rol speelt. Reduceren, zonder dat de onderzoeker weet waarvan, is dogmatisme. Zelfs een markt voor meloenen is institutioneel ingekaderd. Het effect van een prijsverlaging op de verkopers kan sociale en psychische gevolgen hebben. Als dat kleine landloze boeren zijn, die door de prijsverlaging geen bestaansminimum meer hebben, is een monodisciplinaire benadering onvoldoende.
  3. Realiteit kun je niet met wiskunde en logica vatten. Reactie: ik zeg dat je de realiteit niet alleen met de twee genoemde disciplines kunt vatten. Vooral econometristen laten zich alleen nog door deze twee vakken disciplineren. Dat is niet aanvaardbaar. Er is een gedragstheorie nodig, die aangeeft onder welke voorwaarden ( de zogenaamde restricties) de theorie geldt.
  4. De afschaffing van de dividendbelasting wordt door veel economen juist afgewezen als een instrument dat leidt tot optimale belastingheffing. Reactie: ik stel duidelijk dat economen geen analyse-instrument hebben, die leiden tot een morele afkeuring. In de sociologie zijn analyses, die met de economische geintegreerd kunnen worden, zodat moraliteit wel een positieve rol gaat spelen.
  5. Tal van opmerkingen over het milieu onderschrijf ik. Het is belangrijk te begrijpen dat de milieuproblematiek op zichzelf binnen het neoklassieke paradigma kan worden behandeld; het gaat immers over de relatie tussen mens en natuur. Maar ook hier moeten we weer zien, dat belangrijke beperkingen zijn, waardoor er te weinig oog is voor de economische relevantie van het vraagstuk; deze betreffen ook de mentaliteit en de moraliteit van mensen. In mijn boeken analyseer ik dat uitgebreid. In de onderwijsprogramma’s komt dit niet voor.

Een heel belangrijk punt, dat is weggevallen uit het interview betreft de neiging van mensen tot groepssolidariteit en daarmee samenhangende groepsrivaliteit. Daardoor kon mijn criticus daar helaas niet op reageren.

Aan de inhoud van het tegenartikel kan ik aflezen, dat hij mijn boeken niet heeft gelezen. Daar dit boek de context geeft, waarbinnen mijn stellingen zijn geformuleerd, kan hij de betekenis ervan niet kennen.

Voor studenten is het buitengewoon belangrijk om geconfronteerd te worden met een reeks van alternatieve perspectieven. Concurrentie is belangrijk – als ze ergens in de wereld een baan krijgen worden ze ook met een diversiteit aan analyses geconfronteerd.

Wat nu dreigt, is dat het neoklassieke denken steeds meer gebieden in de wereld veroverd. Echte kolonisatie – doodeng!

Het boek dat gerecenseerd zou worden is:

“Hoe de crisis het economische denken verandert; linkse en rechtse dogma’s ontrafeld, Amsterdam University Press (2017).

Het boek is een eenvoudige, kleinere versie van het boek dat Oxford University Press heeft uitgegeven [geschikt voor economie-studenten en alle geinteresseerden in het economie-debat]

Piet Keizer (2015), Multidisciplinary Economics, A Methodological Account. [geschikt voor gedragswetenschappers, die al een basis hebben.

Piet Keizer – Utrecht – 03-09-2018

 

Posted in Columns, Multidisciplinary Economics | Tagged , , , | Leave a comment

VOER VOOR ECONOMIESTUDENTEN

Voer voor economiestudenten

Komende week begint het nieuwe studiejaar. Vandaag het Het Financieele Dagblad een interview met mij gepubliceerd, waarin ik de studenten waarschuw voor het dogmatische karakter van de studie. Het is een cluster van neoklassieke theorie, waarbij de fundamenten niet expliciet worden gepresenteerd plus een hoeveelheid empirisch onderzoek, waarbij de theoretische onderbouwing onduidelijk blijft. Het vak gaat steeds meer de kant op van een discipline, die menselijk gedrag reduceert tot voorspelbaar en empirisch waar te nemen gedrag. De disciplinering bestaat dan louter uit de strenge toepassing van wiskunde en statistiek, waarbij de officiele statistieken voor onfeilbaar worden gehouden.

In mij boek “Multidisciplinary Economics, a Methodological Account” , uitgegeven door Oxford University Press (2015), heb ik de problematiek voor master-studenten uiteengezet. Voor bachelor-studenten heb ik de problemen behandeld op een eenvoudiger niveau in het boek “Hoe de crisis het economische denken verandert; linkse en rechtse dogma’s ontrafeld”, uitgegeven door Amsterdam University Press. Beide boeken bevatten vele practische voorbeelden, waarin we zien dat de toepassing van de dominante stroming grote problemen schept. Maar als economen alleen maar hebben geleerd 1 kant op te kijken, dan zal een betere oplossing niet worden gevonden. In een appendix vinden jullie een overzicht van de inhoud van beide boeken.

In de vorige tekst, die op deze website is gepubliceerd, heb ik in 4 bladzijden de problematiek nog eens samengevat, met aan het einde een studie-advies.

Veel succes met jullie studie – de wereld heeft goede economen nodig!

Appendix

Posted in Columns, Multidisciplinary Economics | Tagged , , , , , | Leave a comment

Tekstboekeconomie als belangrijke schakel in het neoliberale systeem

Tekstboekeconomie als belangrijke schakel in het neoliberale systeem

Inleiding

Komende week beginnen duizenden eerstejaarsstudenten aan een academische studie economie. Uit ervaring weet ik dat dit een uiterst boeiende discipline is, waarin wordt nagedacht over vraagstukken van groot persoonlijk en maatschappelijk belang.

Terugkijkend op 53 jaar ervaring aan een aantal Economische Faculteiten, inclusief een serie verblijven aan tal van buitenlandse universiteiten, moet ik zeggen dat de Bachelor fase een uiterst teleurstellend programma biedt, die op geen stukken na een goed overzicht biedt van wat er te koop is op dit gebied. In het vervolg zal ik zo kort mogelijk aangeven waar de grote problemen zitten.

Continue reading

Posted in Uncategorized | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Is de Griekse crisis voorbij?

Is de Griekse crisis voorbij?

Caroline de Gruyter stelt vast dat de Griekse crisis voorbij is. Ik kom regelmatig in Griekenland, maar dat was me nog niet opgevallen. De begroting mag dan nu even in evenwicht zijn, maar als het even tegenzit, zijn de buitenlandse beleggers en investeerders zo weer vertrokken. Ook gaat ze voorbij aan het feit dat de belangrijkste oorzaak van de enorme stijging van de Griekse schuld is veroorzaakt door het bezuinigingsbeleid in alle leden-landen. Voor Griekenland kwamen de contra-productieve extra bezuinigingen, afgedongen door de Trojka, daar nog eens overheen. Ze bepleit meer centrale euro-instituties. Maar zouden de Duitse en Nederlandse politici werkelijk accoord gaan met de invoering van een centraal noodfonds die euro-obligaties kan invoeren en schulden kunnen kwijtschelden? Ik denk dat daarvoor het noodzakelijke zelf-inzicht ontbreekt. Ze hebben ernstige fouten gemaakt en er is nog geen begin van verbetering. Dit is niet de tijd om grotere politieke eenheden te vormen, die ondoordacht beleid gaan afdwingen. Zelf-reflectie en serieus overleg tussen autonome leden-landen werpt op den duur meer vruchten af.

Piet Keizer, professor of economic methodology, Utrecht University School of Economics.

Posted in Columns, Multidisciplinary Economics | Tagged , , , | Leave a comment

Barmhartigheid of besef van eigen schuld?

Barmhartigheid of besef van eigen schuld?

Afgelopen maandag werd in een hoofdredactioneel commentaar in Trouw gepleit voor kwijtschelding van Griekse schulden. “We zien dat de Grieken echt aan verbetering hebben gewerkt. Daar er nog veel leed is, moeten we de Grieken helpen hun ernstigste noden te verlichten”.

Deze houding geeft aan dat de economische analyse van Trouw volstrekt onrealistisch is. Nederland heeft de afgelopen 10 jaren Duitsland trouw gevolgd in een desastreus economisch beleid. De bezuinigingen in de eurozone werkten contra-productief voor alle landen. Voor Griekenland waren de extra bezuinigingen en loonsverlagingen de belangrijkste bron van de stijging van hun schuldquote! Nu de Griekse overheid zoveel taken heeft laten vallen dat haar uitgaven niet meer hoger zijn dan haar inkomsten, zeggen we dat de Grieken zich verbeterd hebben.

Continue reading

Posted in Artikelen, Multidisciplinary Economics | Tagged , , , , , | Leave a comment

Behavioural Economics about Irrationality

Behavioural economics about irrationality

Introduction

The rise of behavioural economics persists. The phenomenon of nudging is increasingly recognised and applied. In the Netherlands the recently adopted Donor Law is an example: those who do not fill in a form, is considered to be a donor of organs. Those who don’t want to be a donor, must take action to prevent it. People are seen as comfort-seekers, but are doing it quite thoughtless. Behavioural cognitive psychologists consider these properties as difficult to change. By designing smart context structures, easy-going people are seduced to behave well, without any moral or legal rule. Great, isn’t it? However, not every ‘nudge’ is so innocent as it seems at first sight. A closer look is necessary.

Continue reading

Posted in Artikelen, Multidisciplinary Economics | Tagged , , , , , , , , , , , | Leave a comment

De irrationaliteit van de gedragseconomie

Gedragseconomie over irrationaliteit

Inleiding

De opmars van de gedragseconomie houdt aan. Het fenomeen ‘nudge’ wordt herkend en steeds meer toegepast. In ons land is de Donorwet een recent voorbeeld: wie geen formulier invult, wordt beschouwd als donor. Wie dat niet wil, moet moeite doen om dat kenbaar te maken. Mensen worden gezien als gemakzuchtige comfortzoekers, die dat op een onnadenkende manier doen. De ‘nudge’-psychologen gaan er vanuit dat deze twee eigenschappen moeilijk te veranderen zijn. Door het ontwerpen van slimme omgevingsstructuren zijn mensen te verleiden zich ‘verantwoord’ te gedragen. Sturende instanties hoeven dan het donorschap niet te verplichten, en mensen hoeven elkaar niet met morele oordelen in een bepaalde richting te sturen. Fantastisch toch? Toch is niet elk voorbeeld van ‘nudgen’ onschuldig, waaronder de genoemde donorwet. Een nader theoretisch onderzoek is gewenst.

Geschiedenis

Simon (1957) wordt gezien als de grondlegger. Hij keerde zich tegen de orthodoxe en neoklassieke economie, die volledige rationaliteit veronderstellen. Simon maakte geen helder onderscheid tussen volledige rationaliteit en volledige informatie. Hij stelde vast dat de menselijke geheugencapaciteit schaars is – een zeer orthodox-economische gedachte – , en concludeerde dat the rationaliteit van mensen alleen geldig is onder de restrictie van de aanwezige informatie. Hij noemde dit fenomeen begrensde rationaliteit (‘bounded rationality’). De neoklassieken wisten hier wel raad mee. Mensen maken schattingen van wat er in het verleden is gebeurd, en van wat we in de toekomst kunnen verwachten. De ene keer wordt iets overschat, de volgende keer iets onderschat. Rationele mensen hebben rationele verwachtingen. Ze gaan er van uit dat alle mensen rationeel zijn, en met elkaar een stabiel systeem vormen. Dit betekent dat ze allemaal hun gedrag afstemmen op de door iedereen verwachte trends. Iedereen zit er voortdurend een beetje naast; dat is het risico. Maar dat risico is te berekenen. Daar hebben we kwantitatieve economen voor. Probleem opgelost!

Beleidseconomen komen echter vaak in aanraking met experts uit andere disciplines. Deze accepteren de neoklassieke verdediging vaak niet. Ze praten over gedragsproblemen, zoals te weinig sparen, teveel lenen, te weinig aandacht voor scholing, een hoge consumptie van alcohol en cocaine, ook op het werk. De waarheid wordt voortdurend omzeilt, en velen zijn corrupt en plegen fraude, terwijl anderen dat onbesproken laten.

Experimenteel ingestelde economen zijn gaan samenwerken met behaviouristische en cognitieve psychologen, en met neuro-wetenschappers. Ariely (2009, 2012) en anderen hebben ontdekt dat veel mensen een latte van vier euro kopen, terwijl het niet meer is dan een beetje melk en een paar druppels koffie. Er zijn nogal wat vrouwen die gelijk loon voor gelijke prestatie eisen, als ze ontdekken dat mannen meer verdienen. Personen die een bioscoopkaartje hebben verloren, kopen niet een nieuwe, maar gaan teleurgesteld naar huis; allemaal heel irrationeel natuurlijk. Vele mensen blijken de intelligentie niet te hebben om rationeel te handelen, en zien bijvoorbeeld niet dat marginale kosten niet gelijk zijn aan gemiddelde kosten. In ander onderzoek blijkt irrationaliteit betrekking te hebben op een gebrek aan zelfbeheersing (Sen, 2010). Kortom, een bonte verzameling en het begrip irrationaliteit als containerbegrip. Tijd voor een kritische beschouwing van de theorie.

Moderne gedragseconomie

Behaviouristische psychologen zien de menselijke geest als een ‘black box’. We kunnen alleen impulsen en responsen waarnemen. Als de responsen een systematische reactie op de impulsen laten zien, dan hebben zij gedrag ‘verklaard’. Introspectie – het waarnemen van de eigen gevoelens en gedachten – levert geen betrouwbare informatie op; empirische waarneming daarentegen wel. Cognitieve psychologen hebben een model gemaakt van de wijze waarop rationele proefpersonen informatie opslaan, en zo nodig weer oproepen als dat nodig is. Uit experimenten blijkt vervolgens dat personen systematisch afwijken van dit referentie-model; ergo, mensen zijn irrationeel.

De laatste decennia hebben ze steeds meer hulp gekregen van neurowetenschappers, dat zijn breindeskundigen. Hun onderzoek heeft interessante resultaten opgeleverd. Kahneman (2011) onderscheidt twee systemen in het brein. Het eerste zorgt voor een snelle verwerking van informatie, die past bij al opgeslagen informatie, waarbij weinig energie wordt gebruikt. Het tweede systeem zorgt voor de verwerking van vooral onbekende informatie, waarbij energievretende overwegingen worden gemaakt: waar gaat dit eigenlijk over? opslaan? En zo ja, waar? Het tweede systeem heeft dus een contrôlerende functie, en irrationaliteit wil zeggen, dat deze functie niet goed werkt. Teveel prikkels worden doorgelaten, die leiden tot irrationeel gedrag. Andere resultaten zijn onder meer:

  1. Informatie wordt gegroepeerd, en per groep opgeslagen dan wel afgekeurd. Een liberaal, die ontdekt dat een bepaalde spreker een socialist is, zal vanaf dat moment hele stukken van het verhaal niet meer horen: “dat is tig keer niks”
  2. Voorkeuren zijn context-gebonden. Neoklassieke economen, die een evolutionair-economisch georiënteerd congres bezoeken, zullen vaak meegaan in stellingen, die ze, terug in de eigen groep, verwerpen.
  3. Wat bekend is, wordt als veilig beschouwd, maar mensen uit een totaal verschillende cultuur roepen een alert-signaal op: pas op! Discriminatie ligt als het ware in onze hersenen opgeslagen; we hebben daar geen contrôle over.

Veel psychologen hebben zich afgekeerd van hun ‘core business’: analyse van het psychische mechanisme. De gedragseconomie heeft deze reductie overgenomen. Waar de neoklassieke economie werkt met een onrealistische homo oeconomicus, werkt de gedragseconomie zonder mensbeeld. Er blijft slechts een machine over, waarvan het gedrag het resultaat is van fysisch-chemische reacties in het lichaam, waaronder de hersenen. We kunnen ons wel verbeelden dat er een geest is, maar dat is louter bewustzijn, welke gedetermineerd is door materiële processen. We kunnen wel ervaren dat we beslissingen nemen, maar dat is een illusie. Wij kunnen slechts de woordvoerder van de materie zijn. In de volgende sectie gaan we dit materiële beeld confronteren met een minder reductionistische voorstelling van zaken.

De onhoudbaarheid van het empiricisme

Vele moderne wetenschappers ontkennen het belang van metafysische fenomenen, zoals de menselijke geest als reservoir van gevoelens en gedachten. Emoties zijn impopulair; daar kun je als wetenschapper niets mee. De op menselijke ervaring berustende logica, en de daarop gebaseerde wiskunde en stochastiek worden ondanks hun metafysische karakter wel geaccepteerd. De menselijke ervaring van schaarste en daaruit voortvloeiende economische motivatie dan weer niet. De ervaring van sociale rivaliteit tussen groepen en solidariteit binnen groepen wordt ook ontkend. Het daaruit afgeleide mechanisme van de zondebok, waardoor onschuldige mensen worden geofferd om de eenheid van de groep te herstellen, blijft daardoor ook buiten het gezichtsveld (Girard, 2010, Keizer, 2015, 2017, Brandsma, 2018)). Het meest storende van dit reductieproces is dat zelfs de ervaring die leidt tot een definiëring en verklaring van de irrationaliteit geen rol mag spelen. In de volgende sectie bespreken we een psychische analyse, die mogelijkerwijs een theoretisch fundament biedt voor het onderzoek naar irrationaliteit.

Een proeve van orthodoxe psychologie

Stel een persoon is rijk en ondervindt veel sociale erkenning. Desondanks kan hij typisch-psychische problemen ervaren. Deze kunnen alleen begrepen worden aan de hand van een analyse van de geest. Dit fenomeen kan worden voorgesteld als een systeem met drie elementen (Keizer, 2015, 2017). In de eerste plaats hebben we een ‘ik’, dat is de besluitvormer. Ten tweede is er de actuele zelf, dat is de doener (systeem 1 bij Kahneman). In de derde plaats hebben we de eigenlijke zelf, oftewel het geweten van de persoon, die de ‘ik’ steeds zijn lange-termijn strategie voorhoudt. De ‘ik’ bouwt in de loop der jaren een intuïtie op, beschikt over een ratio, die de inkomende informatie logisch structureert, en over wilskracht, welke functioneert als een energiebron, die door de ‘ik’ kan worden gebruikt om de actuele zelf te corrigeren. Dit geestelijke systeem ontvangt voortdurend informatie. Past de informatie bij de reeds opslagen kennis, dan wordt het snel verwerkt. Indien de informatie daarmee strijdig is, wordt het door de ratio onderzocht en al dan niet aanvaard door de eigenlijke zelf. Sommige informatie is zo bedreigend voor het zelfrespect van de persoon, dat deze niet wordt verwerkt. Deze negatie is dan het irrationele element in het mentale proces.

Een persoon kan lijden aan een gebrek aan zelfrespect, omdat hij zo nu en dan ervaart dat hij steeds weer korte-termijn comfort de voorkeur geeft aan een lange-termijn strategie, waarin hij zijn talenten ontwikkelt, en daarmee een bijdrage levert aan de opbouw van de maatschappij. Als onze persoon wel voldoende zelfrespect bezit, heeft hij de neiging om dit respect te beschermen. Bij grote tegenvallers waren het anderen of de omstandigheden, die daarvoor verantwoordelijk zijn –onze persoon heeft niet gefaald. Deze drang tot bescherming van de kwetsbare zelf is de bron van irrationeel gedrag. Een hoogleraar, die ontdekt dat zijn onderzoeksprogramma grote feilen vertoont – dat ontdekt hij niet; dat is helemaal niet waar. Als een collega dat toch helder aantoont, moet deze persoon ontslagen worden. Via roddel en achterklap weet hij de criticus uit de groep te stoten (het sociale zondebokmechanisme). Het mechanisme van de irrationaliteit leidt tot de ontkenning van ongemakkelijke waarheden. Mensen steken als ware struisvogels hun hoofd in het zand. Dit mechanisme noemen we dan ook het struisvogelmechanisme.

Naar een nieuwe gedragseconomie (“New Behavioural Economics”)

Willen we het menselijk gedrag verklaren, dan moeten we een onderscheid maken tussen mensen en niet-mensen. Nu zijn er drie primaire relaties analytisch te onderscheiden: de relatie tussen mens en niet-mens (economie), de relatie tussen mens en mens (sociologie) en de relatie tussen de mens en zichzelf (psychologie). Alle drie de relaties leveren spanningen op, die de mens in beweging zetten, oftewel motiveren. Menselijk gedrag wordt dus door drie aspecten bepaald, en de daarbij behorende mechanismen treden altijd en overal simultaan op. De weging van het belang van elk van de drie aspecten daarentegen verschilt naar tijd en plaats (Keizer, 2015, 2017).

De orthodoxe analyse van de drie aspecten leveren een zuivere beschrijving op van de drie mechanismen: markt (economisch aspect), arena (sociaal aspect) en geest (psychisch aspect), genoemd naar de locaties waar de spanningen plaatsvinden. Het marktmechanisme zorgt door middel van prijsaanpassingen dat balansverstoringen ongedaan worden gemaakt. Het arena-mechanisme zorgt ervoor dat groepen door middel van het zondebokmechanisme zijn status kan herstellen. Het struisvogelmechanisme zorgt ervoor dat de waarheid voldoende geweld wordt aangedaan, dat het zelfrespect van de persoon op peil blijft.

De heterodoxe analyse van economie, maatschappij en personen heeft fundamentele kritiek op de orthodoxie. Deze blijkt de realiteit te beschouwen als een gesloten systeem. Openen we het orthodoxe systeem – waardoor het transformeert in een heterodox systeem – dan zien we dat individuen zowel als groepen opereren onder de veronderstelling van fundamentele onzekerheid. In de Originele Institutionele Economie zien we dat dit leidt tot de vorming van instituties, die een weerspiegeling vormen van de historische ervaringen van een groep. We zien nu dat experimenten zoals in de huidige gedragseconomie worden gedaan, vastlopen, omdat de onderzoekers de mensen die als proefpersoon fungeren, niet kennen. Ze worden niet gevraagd om een argumentatie te geven bij hun keuze. Er spelen altijd economische, sociale en psychische motieven een rol.

Mensen hebben in de loop der tijd instituties ontwikkeld, die hun omgeving stabieler en voorspelbaarder maken. Er hebben opmerkelijke gebeurtenissen plaats gevonden, waardoor mensen in bepaalde zaken heel voorzichtig zijn geworden. De institutionele economie heeft hier veel aandacht aan besteed. In een experiment met Californische proefpersonen moeten ze kiezen tussen twee verzekeringsmaatschappijen, een Californische en een Amerikaanse. Het blijkt dat velen kiezen voor de Californische, ook al is deze duurder. Ariely noemt dit irrationeel. Maar misschien vinden de proefpersonen de Californische maatschappij wel betrouwbaarder. Bovendien kunnen ze met de auto naar het hoofdkantoor rijden om beklag te doen in geval van grote problemen. Ariely ziet over het hoofd dat overal bepaalde economische instituties ontwikkeld zijn om de daar geldende transactiekosten, waaronder informatiekosten te beperken.

Alternatief onderzoekspad

Irrationaliteit is een kenmerk van de relatie die een persoon met zichzelf heeft. Deze kan niet empirisch worden waargenomen. Maar als we in staat zijn om een realistische reeks van verklaringen van gedrag te formuleren, kunnen we vragen formuleren, waaruit aanwijzingen kunnen worden afgeleid, die op irrationaliteit duiden. Een goed voorbeeld is Kets de Vries (2006), die vele ‘chief executive officers’ langdurig heeft ondervraagd over hun diepste drijfveren en overwegingen bij het nemen van belangrijke beslissingen. Een diagnose van irrationaliteit vergt deskundigheid, die kan worden opgedaan indien men veelvuldig aan neuro-linguistische programmering of aan systematische en multidimensionele ‘mindfulness’ doet. Economen kunnen hun gevoeligheid voor bepaalde begrippen ontdekken. Sommige woorden roepen bij een bepaald persoon sterk positieve reacties op – vrije markt, concurrentie, optimaliteit, allocatie, kapitalisme, econometrie. Andere begrippen daarentegen roepen een bepaalde mate van afkeer op – inflatie, socialisme, ongelijkheid, socialisme, methodologie. Duitse monetaire economen gaven tijdens de crisis toe dat ze traumatische gevoelens hebben bij de woorden geldschepping en inflatie. In de media zijn artikelen met ‘foute’ woorden een goede reden om deze niet te plaatsen. In de economisch-wetenschappelijke wereld is dat ook zeer gebruikelijk. Een macro-econoom, die het begrip ‘effectieve vraag’ hanteert, heeft zich onmogelijk gemaakt in neoklassieke kringen.

Deze gevoeligheid en de daarbij horende discriminatie is de essentie van het fenomeen irrationaliteit. Hoe sterker de wederzijdse afwijzing – alleen al in taalgebruik – hoe problematischer het wordt om kritische debatten te voeren aan de universiteit, en in de kantoren van belangrijke organisaties, inclusief de overheidsdepartmenten. Er is op dit punt veel belangrijk werk te doen onder de titel Nieuwe Gedragseconomie, oftewel “New Behavioural Economics”; dit in onderscheid van de huidige gedragseconomie, die zo onder materiele en empiricistische reductie heeft te leiden.

Literatuur

Ariely, D. (2009), Predictably Irrational, second edition, New York: Harper Collins Publishers.

Ariely D. (2012), The (Honest) Truth about Dishonesty, New York: Harper Collins Publishers.

Ariely, D. J.Kreisler (2017), Dollars and Sense, Dollars and Sense Magazine.

Bauman, Z. (1990), Thinking Sociologically, Oxford: Blackwell Publishers.

Brandsma, Bart (2018), Polarisation, Understanding the dynamics of Us versus Them, BB in Media.

Girard, R. (2010), Things Hidden Since the Formation of the World, Stanford: Stanford University Press.

Kahneman, D. (2011), Thinking Fast and Slow, London: Penguin Books.

Keizer, P. (2015), Multidisciplinary Economics, A Methodological Account, Oxford: Oxford University Press.

Keizer, P. (2017), Hoe de crisis het economische denken verandert, linkse en rechtse dogma’s ontrafeld, Amsterdam: Amsterdam University Press.

Kets de Vries, W. (2006), The Leader on the Couch: A Clinical Approach to Changing People and Organizations, Chicester: John
Wiley & Sons.

Sen, A., (2002), Rationality and Freedom, The Belknap Press of the Harvard
University Press.

Simon, H. (1957), Theories of Decision-Making in Economics and Behavioral Science, American Economic Reviw, 49, 252-283.

.

 

 

Piet Keizer, 08-05-2018

Posted in Artikelen, Multidisciplinary Economics | Tagged , , , , , , , , , | Leave a comment