Wat hebben Thaler en Teulings met elkaar gemeen? een gebrekkige conceptuele analyse

Wat hebben Thaler en Teulings gemeenschappelijk? Een gebrekkige conceptuele analyse

In de NRC van 10 oktober jl. geeft Carola Houtekamer een goed beeld van het werk van Richard Thaler, de winnaar van de Nobelprijs Economie 2017. Samen met Kahneman en Ariely vormt hij de voorhoede van de gedragseconomie. Deze stroming verbindt de neuro- en de cognitieve psychologie met de economie. Er zijn tal van aansprekende resultaten geboekt, maar er is een groot probleem. De genoemde voormannen kennen de homo economicus niet, zoals deze is geconstrueerd door de orthodoxe economie. Bovendien gebruiken ze geen psychische analyse, waardoor het fenomeen irrationaliteit niet uit de verf komt. De gedragseconomie maakt veel gebruik van experimenten, maar door het ceteris paribus karakter van haar theorieën (‘er zijn belangrijke factoren die we buiten beschouwing laten’), leidt dit tot een voortdurende misinterpretatie van het gedrag van de proefpersonen. Drie voorbeelden kunnen hier als illustratie worden vermeld. Thaler en

Continue reading

Advertisements
Posted in Columns, Multidisciplinary Economics, Uncategorized | Tagged , , , , , , , , , | Leave a comment

DE TUNNELVISIE VAN DIJSSELBLOEM

De tunnelvisie van Dijsselbloem

Het gaat goed met de Nederlandse economie. In de NRC stond onze minister van Financiën er glimlachend bij, omringd door een aantal statistieken, die er allemaal goed uitzien. Hier zijn drie opmerkingen over te maken. (1) Er wordt inderdaad meer geconsumeerd door particulieren, maar daar hun besteedbare inkomen hoegenaamd niet is gegroeid, is het belangrijk te weten hoe ze dat financieren. Bovendien is het de vraag of hiermee de belangrijkste behoeften worden bevredigd – er is nog zoveel te verbeteren aan de kwaliteit van onderwijs, milieu en ouderenzorg. (2) Met de eurozone gaat het niet goed; de groei is veel te weinig om voldoende werkgelegenheid te bieden – en dat is al heel lang het geval. (3) De wereldeconomie is verre van stabiel, en daar heeft de eurozone, waaronder zeker ook Duitsland en Nederland, al heel lang een sterk negatieve bijdrage aan geleverd. In financiële kringen wordt regelmatig de vraag gesteld of ‘we’ wel voorbereid zijn op de volgende crisis. Vele experts denken van niet.

Vanaf het begin hebben leidende politici en economen zich in neoklassieke taal uitgedrukt en de neoliberale visie uitgedragen: als een markteconomie instabiliteit vertoont, komt dat door de overheid. Bezuinigingen op de overheidsuitgaven en deregulering van markten zijn dan altijd het recept. De geldmarkt is de enige macro-markt, dat wil zeggen onevenwichtigheden op deze markt brengen de hele economie uit balans. Daar moet wel een autoriteit optreden, om daarmee instabiliteit te voorkomen. Deze autoriteit moet – uiteraard – wel los staan van de overheid.

Helaas vielen de resultaten zwaar tegen. Duitsland en Nederland hebben, volstrekt onnodig, een langdurige depressie gekend. Daar de officiële werkloosheid- en inflatiecijfers een onbetrouwbaar beeld geven, en er geen empirische indicatoren worden geconstrueerd met betrekking to het fenomeen depressie, is het lastig de omvang van de instabiliteit in kaart te brengen. Maar de afgelopen jaren hebben onderzoekers van de Trojka steeds duidelijker laten blijken, dat de gehanteerde analyse fout was. In het dossier Griekenland zijn ernstige fouten gemaakt: bezuinigingen en loondaling werden gerealiseerd. De effecten hiervan op productie, inkomen en werkgelegenheid waren sterk negatief. Los dan maar eens schulden af!

Al die tijd zijn er in de marge economen geweest, die naast een grondige studie van neoklassieke theorie, zich ook hebben verdiept in andere visies. Om er één uit te pikken: de post-Keynesianen laten zien dat de dominante neoklassieke analyse berust op de aanname dat het vrije-marktsysteem stabiel is – het is geen resultaat van empirisch onderzoek. Chicago-economen zijn daar in de wandelgangen heel eerlijk in: ons onderzoek is erop gericht om de superioriteit van het kapitalisme aan te tonen. Keynes heeft echter op overtuigende wijze laten zien, dat dit niet het geval is: in tijden van depressie leidt loondaling tot een verzwaring ervan.

Er zijn twee omstandigheden, waarin een tunnelvisie kan ontstaan. In de eerste plaats kan een persoon opgegroeid zijn in een dogmatisch milieu: iets is zo, en daarmee uit. In de tweede plaats kan iemand een gebrekkige opleiding hebben geacht, en dan in een positie terecht komen, waar hij veel verantwoordelijkheid heeft te dragen. Nu is Dijsselbloem geen econoom, maar dan is het te hopen dat zijn adviseurs wel een goede economie-opleiding hebben gehad – een opleiding waarin vooroordelen die altijd aan de basis liggen van analyses en theorieën, zorgvuldig worden besproken. Zijn ministerie staat er om bekend dat ze een straffe eigen opleiding hebben, waarin geen plaats is voor hen die ‘het duidelijk niet begrepen hebben’. In een dergelijke sociale omgeving moet een persoon een sterk karakter hebben, wil hij een eigen koers varen. In zijn artikelen en zijn publieke optredens klampte hij steeds weer vast aan twee oordelen: (1) we hebben ons gecommitteerd aan de Stability Pact; we zullen dus moeten bezuinigen. (2) de financiële markten vragen van ons een bezuinigingsbeleid. De interestvoet zal sterk stijgen, indien we een eigen koers varen. Het eerste argument staat in ieder geval ter discussie, zodra de analyse van Keynes ter tafel komt. Maar de Griekse minister van Financiën Varoufakis – een goed-opgeleide econoom – heeft ervaren dat er met Dijsselbloem niet te praten viel – ‘we zijn hier alleen om te kijken of Griekenland zich aan de Trojka- eisen heeft gehouden’. Het tweede argument is triest. Er zijn tal van landen met een veel hogere schuldquote dan Nederland. De Nederlandse interestvoet is erg laag dankzij het foute beleid ten opzichte van Zuid-Europa; ja, dat voordeeltje stond misschien wel op het spel. Een Nederlandse bestuurder van PEMCO – het grootste obligatiefonds ter wereld – heeft wel eens in Buitenhof uitgelegd waarom Keynes zo belangrijk is.

In de gedragseconomische benadering wordt aangetoond dat een mens een natuurlijke neiging heeft tot ‘cognitive closure’: belangrijke, maar ongemakkelijke informatie dringt niet door tot de geest van een persoon. In de economische sociologie wordt aangetoond dat menselijk gedrag sterk wordt beïnvloed door de cultuur waarin ze opereren. Deze twee stellingen tezamen levert een omgeving op, waarin critici niet worden geduld, en grote fouten niet worden hersteld. Dat wordt nog wat bij de volgende crisis.

 

Piet Keizer, professor of economic methodology, Utrecht University School of Economics

Utrecht, 18 September, 2017.

 

Posted in Columns, Multidisciplinary Economics | Tagged , , , , , , , , , | Leave a comment

Economische wetenschap en autoriteit

Economische wetenschap en autoriteit[1]

Inleiding

Wetenschap wordt nog altijd veel autoriteit toegekend. Veel wetenschappers beschouwen zichzelf als onafhankelijk en objectief. Ze doen onderzoek naar het nog onbekende – vooral veel empirisch onderzoek. Ze zien zichzelf als mensen die in de frontlinie staan en de maatschappij voortdurend nieuwe vondsten leveren – wetenschap als de bron van vooruitgang.

Wie in de keuken van de wetenschap heeft kunnen kijken, kan beter weten. Alle afweermechanismen die de kwaliteit van ons bestaan bemoeilijken, werken ook aan universiteiten.

Continue reading

Posted in Artikelen, Multidisciplinary Economics | Tagged , , , , , , , , , , , , | Leave a comment

The World is in Need of Mental Progress

                     The World is in Need of Mental Progress

The Western world is on its return, and we know it. Inner weakness makes it difficult to compete with China and Russia, and to keep control over the robots, which might create unstable global systems. Careful study of the mind and search for what are the typical human strengths and weaknesses is of the highest priority.

  Continue reading

Posted in Artikelen, Multidisciplinary Economics, Papers | Tagged , , , , , , , , , , , , | Leave a comment

Tom-Jan Meeus over bankiersbonussen

In de krant van 27 juni schreef Tom-Jan Meeus, bekend van interessante commentaren in Buitenhof, een column over bankiersbonussen. Hij beschouwt kritiek hierop als populisme, gebaseerd op jaloezie. Ik heb zelden een column gelezen met zo weinig inhoud en zoveel wollig gemopper. In de jaren na het uitbreken van de crisis is in de Nederlandse media veel aandacht besteed aan het fenomeen bonus. Economen waren van mening dat een bonus zin heeft zolang individuele prestaties goed meetbaar zijn. Daar dit in geval van topmanagers in de financiële sector niet het geval is, moeten bonussen niet of zeer beperkt worden gegeven. Ik ben bang dat Tom-Jan Meeus deze conclusie als anti-kapitalistisch, nationalistisch en populistisch beschouwt.

De bonuspraktijk werd natuurlijk voortgezet. Dit kan sociologisch worden verklaard – bonus als statussymbool – , maar ook psychologisch – bij succes is het de persoon, bij falen is het de situatie , die bepalend is voor het resultaat.

Dat het volk jaloers is, en daarom moord en brand schreeuwt, is een onaanvaardbare stelling. De financiële wereld heeft buitengewoon slecht gefunctioneerd, en vormt nog steeds een groot probleem. Om dan Anglo-Saksische bankiers naar Nederland te lokken om hun risicovolle praktijken hier tegen hoge bonussen voort te zetten, is irrationeel. Als het volk een oordeel moet geven over zichtbaar goed presterende toppers, zoals Arjen Robben, dan merken we niets van afgunst; nee, de man wordt op handen gedragen, ondanks zijn gigantische salaris. Kritiek op hoge bonussen is populisme? Kom nou!

Piet Keizer

Professor of Economic Methodology

Utrecht University School of Economics

Utrecht, 28 juni, 2017

 

Posted in Columns, Multidisciplinary Economics | Tagged , , , , , | Leave a comment

ECONOMICS EDUCATION IN THE 21ST CENTURY

Economics Education in the 21st Century – Piet Keizer

On Wednesday June 7 2017 Marcel Boumans organized a symposium about economics education in the 21st century, in the context of U.S.E. Academy, Utrecht University School of Economics. The speakers were David Colander, Zohreh Emami, Sam de Muynck et al from Rethinking.Economics.NL, and Bas van Bavel. In this text I summarise the messages of the speakers and add some comments to it. Why? Because the topic is very important and the quality of the speakers was good. The focus is on the BA-, not on the MA-level.

Continue reading

Posted in Artikelen | Tagged , , , , , , , , , , , | Leave a comment

Het monetaire debat vereist meer diversiteit

Het monetaire debat vereist meer diversiteit

Het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) blijft voorwerp van kritiek. Er wordt, vooral door Duitsland en Nederland, al jarenlang gewaarschuwd voor een teveel aan liquiditeit in de economie. De balans van de ECB laat een sterke groei zien, hetgeen wordt gezien als gevaar voor de nabije toekomst. De voorstanders van het ruime geldbeleid wijzen erop dat het ECB-beleid banken van liquiditeit voorziet, waardoor ze de particuliere sector beter van de noodzakelijke krediet kunnen voorzien. Een blik op de statistieken van de ECB met betrekking tot de liquiditeit laat zien, dat de afgelopen 6 jaar de stijging van de geldvoorraad (M3) tussen de 3 en de 5% schommelt. We weten dat in een depressie, zoals de eurozone nu al jaren kent, de behoefte aan liquiditeit uit hoofde van het voorzorgsmotief veel groter is dan in perioden van stabiele groei. Dit houdt in dat het met de geldschepping – vaak aangeduid als de nucleaire optie – meevalt. Het is belangrijk te weten dat ook nu weer blijkt dat in een depressie het monetaire beleid ineffectief is. Mensen zijn economisch depressief als hun middellange-termijnverwachingen ten aanzien van de groei van de economie somber zijn. Kleine stimulansen als een relatief lage interestvoet en loonvoet, zijn niet in staat om de bestedingen te stimuleren.

De gevolgen van het gevoerde beleid zijn: meer geld in omloop, zonder dat de economie aantrekt. Iedereen is meer liquide, maar wacht op anderen totdat die hun bestedingen weer verhogen.

In Nederland wordt de ECB bekritiseerd door belangrijke instituties, zoals het kabinet, het parlement, de Nederlandsche Bank, en ook door bijna alle media, waaronder de NRC. De voorstanders van het ECB-beleid stellen dat de ECB ten minste nog iets doet. De tegenstanders verwijten de ECB dat ze met hun beleid de economie willen stimuleren, terwijl de depressie juist nodig is om de bevolking mee te krijgen om de noodzakelijke liberaal-economische hervormingen er door te krijgen. Indien deze hervormingen gestalte krijgen, dan zal de economie zich ‘automatisch’ herstellen. Geldschepping en toenemende overheidsschulden zijn doping, waar we op den duur toch weer van moeten afkicken.

Het monetaire debat zit muurvast – de media herhalen voortdurend dezelfde argumenten – ondertussen blijft de crisis in de eurozone voortduren. Bij de eerste de beste negatief-externe schok vallen ook de Duitse en Nederlandse economie weer terug. Dan krijgen we dezelfde problemen, omdat we geen goede lessen hebben getrokken uit het verleden.

In de macro-economische literatuur, die nauwelijks aan de Noord-Europese universiteiten wordt gedoceerd, worden alternatieve visies en beleidsopties aangedragen. Kortgezegd levert dit de volgende stellingen op:

  1. In geval van een depressie zien we productie, werkgelegenheid en de geldhoeveelheid dalen en de gevraagde hoeveelheid liquiditeit stijgen. Niemand durft nog initiatief te tonen, en iedereen wacht op elkaar. Daling van de interestvoet en de loonvoet hebben een negatief effect op de bestedingen, waardoor de depressie erger wordt. Liberale hervormingen werken averechts, omdat zij met name de lonen drukken, hetgeen een negatief inkomenseffect heeft.
  2. De overheden, met name van landen met een overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans, zullen hun investeringen moeten verhogen; de financiering zal van monetaire aard moeten zijn, omdat er anders te weinig geld in omloop is, terwijl de overheidsschulden onnodig oplopen. Zodra de economie weer aantrekt, en de mensen niet meer economisch depressief zijn, moet de overheid zorgen voor regelgeving die de stabiliteit van de arbeids- en financiële markten waarborgt. Loon- en rentestabiliteit zijn uiterst belangrijk in onze hedendaagse fragiele markteconomie. De noodzakelijke flexibiliteit wordt gewaarborgd door relatief kleine in de inflatievoet.

Duitsland en Nederland hebben andere landen, zoals de BRIC-landen het werk laten doen – en nu profiteren zij juist omdat zij niet hebben meegedaan. Parasitair gedrag van het zuiverste water. De komende jaren kunnen we nog laten zien dat we onze lessen hebben geleerd.

Piet Keizer

Professor of Economics

Utrecht University School of Economics

Aantal woorden: 628

Posted in Columns, Multidisciplinary Economics | Tagged , , , | Leave a comment

Tweede Kamer: Keynes, niet Hayek

Tweede Kamer: Keynes, niet Hayek

Onlangs bezocht de president van de Europese Centrale Bank (ECB) onze Tweede Kamer. De meeste leden waren erg kritisch. Omtzigt (CDA) betwistte de rechtmatigheid van het huidige beleid, Harbers (VVD) was van mening dat onze pensioenfondsen te lijden hadden onder het lage-rentebeleid en Schouten (CU) maakte het wel heel erg bont: het economische herstel als gevolg van het monetaire beleid verleidde de mensen om zich tegen de noodzakelijke hervormingen te keren.

Om deze kritiek op waarde te schatten, moeten we de relevante context van het monetaire beleid goed voor ogen houden. In 2008 konden de sterk gedereguleerde Westerse financiële markten een kleine verhoging van de Amerikaanse rente niet aan. De daarop volgende forse groeidaling in de wereldeconomie werd gelukkig door de Verenigde Staten en de BRIC-landen tegengegaan door een bestedingsimpuls. Dit bleek een significant-positief effect te hebben. Echter, de eurozone bestreed haar depressie met een politiek van bezuinigingen! Hierdoor is deze regio na 8 jaar nog steeds niet hersteld. Alleen Duitsland en Nederland blijken op te klimmen uit het moeras – beide landen hadden een groot overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans opgebouwd – een staaltje van parasitisme (‘beggar thy neighbour’). Daar vele financiële instellingen, ook in de eurozone, er heel slecht voorstonden, voerde de ECB een ruim monetair beleid. Door het opkopen van staatspapier hoopte de centrale bank twee vliegen in één klap te slaan: sterkere financiéle instellingen en meer geld in omloop, ter stimulering van de economie.

De economische literatuur biedt ons een aantal analyses, op basis waarvan we een oordeel kunnen vellen over het gevoerde beleid. We zullen de belangrijkste drie typeren, en wel van Friedman, van Hayek en van Keynes. De ECB volgt Friedman. Hij adviseerde centrale banken in geval van een dreigende depressie de geldvernietiging als gevolg van de conjuncturele neergang tegen te gaan door extra geld in omloop te brengen. Dit zou voldoende zijn en effectieve begrotingspolitiek overbodig maken. De critici van de ECB, zoals de Duitse en Nederlandsche centrale bank, en nu kennelijk ook de Tweede Kamer, handelen in de geest van Hayek – of ze zich daar nu van bewust zijn of niet. De combinatie van restrictieve monetaire politiek en bezuinigingen op de overheidsuitgaven – een dodelijke combinatie volgens alle tekstboeken economie – kan alleen begrepen worden indien we de analyse van Hayek tot uitgangspunt nemen. Zijn axioma is dat vrije-markt-economieën stabiel zijn, zolang de overheid zich beperkt tot de bescherming van eigendomsrechten. Een door de overheid gesteunde vakbondsmonopolie bij de bepaling van de loonvoet en centrale-bank monopolie bij de bepaling van de geldhoeveelheid en de rentevoet, zijn de grote bedreigingen van het vrije westen.

Keynes is al heel lang uit de gratie; zijn analyses worden in Nederland en Duitsland hoegenaamd niet meer onderwezen. In tegenstelling tot Friedman en Hayek heeft Keynes geen universele analyse gegeven; slechts een theorie over het functioneren van een latere fase van het kapitalisme, met name de fase in de jaren dertig van de vorige eeuw. De huidige situatie heeft echter een aantal saillante kenmerken met die periode gemeen, te weten grote onzekerheid en macro-economische instabiliteit. Daarom is nu macro-stabiliteit geboden in plaats van micro-flexibiliteit. Gedereguleerde financiële en arbeidsmarkten reageren averechts in tijden van depressie. Depressieve verwachtingen interpreteren een loonsverlaging als een bevestiging, waardoor er minder wordt geconsumeerd en dus ook minder wordt geïnvesteerd. De Nederlandse ‘hervormingen’ werkten daarom ook niet; integendeel, ze maakten het macro-probleem groter. Griekenland is een goed voorbeeld: de hervormingen die de Trojka eist, werken averechts. De Grieken ervaren dat aan den lijve. De staf van het IMF erkent dat, en ook de ECB en de Europese Commissie roepen om investeringen via overheidsactie. Echter, de Tweede Kamer snapt het niet. Typisch kenmerk van dogmatisme – de feiten doen er niet toe. Het liberale dogma, dat alle problemen in een markteconomie te wijten zijn aan een teveel aan overheidsingrijpen, heeft de crisis in Nederland overleefd. Op naar de volgende depressie. Tweede Kamer: spreek niet alleen over de splinter in de ogen van Draghi, maar ook over de balk in uw eigen oog.

Dr. Piet Keizer

Professor of Economic Methodology

Utrecht University School of Economics

Aantal woorden: 669.

Utrecht: 19 – 05 -2017

 

Posted in Columns, Multidisciplinary Economics | Tagged , , , , , , , , , | Leave a comment

De Nederlandse politiek heeft niets van de crisis geleerd

De Nederlandse politiek heeft niets van de crisis geleerd

Op de SP na hebben alle partijen de stelling geaccepteerd dat het kabinet-Rutte ons land goed door de crisis heeft geholpen. De Nederlandse economie trekt aan en de overheidsfinanciën zijn weer op orde. Van de VVD viel dit te verwachten; haar neoliberale ideologie maakt het heel moeilijk om een economie in depressie te begrijpen. Hoezo depressie? Het was slechts een recessie, en daar zijn we uit.

Helaas is de eurozone niet uit het dal, en Nederland is, samen met Duitsland, hier debet aan.

Continue reading

Posted in Columns | Tagged , , , , , | Leave a comment

HET WERELDVREEMDE DENKEN VAN DE NEDERLANDSCHE BANK

Het wereldvreemde denken van De Nederlandsche Bank

Piet Keizer

Wanneer economen over de huidige wereldeconomie denken vallen zij in de valkuil door te denken dat hun theoretische analyse beschrijft van wat er in de wereld echt gebeurt. Klaas Knot gaf onlangs deze visie ten beste toen hij de over de wereldeconomie en de Griekse schuldencrisis sprak in het programma Buitenhof. Volgens Piet Keizer wordt het hoog tijd dat economen hun dogma’s laten varen en zich met de echte economie en echt beleid gaan bemoeien.

Continue reading

Posted in Artikelen, Multidisciplinary Economics | Tagged , , , , , , , , , | Leave a comment