Harari III, Een geweldig boek, toch?

Harari III, een geweldig boek, toch?                                       

Motto

Moderne mensen hebben eerst God dood verklaard. Daarna hebben zij zichzelf irrelevant gemaakt. Ik stel voor om onze taak weer op te vatten.

  1. Inleiding

Na zijn eerste boek over ons verleden, en een tweede boek over de toekomstige technologische ontwikkelingen, heeft hij een derde boek geschreven. Hierin stelt hij de vraag, welke gevolgen we kunnen verwachten in de 21ste  eeuw. Wat moeten we NU doen om daar nog enige invloed op te kunnen hebben. Zijn hoofdstelling is dat we door de ontwikkelingen op informatie- en biochemisch technologisch gebied de controle over ons zelf verliezen. Tot nu toe hebben we machines gebouwd, die voor ons een hulpmiddel waren in onze poging om vrede en voorspoed te bewerkstelligen. Maar de technologie begint steeds meer ons lichaam en onze geest binnen te dringen. Op deze wijze dreigen we zelf aangepast te worden aan de algoritmisch bestuurde apparaten. Genetische modificatie, chips in de hersenen en in andere delen van het lichaam, permanente bewaking van voedings- en bewegingsgewoonten, en onderwijsprogramma’s, die werknemers opleveren, die zonder problemen zich altijd weten aan te passen aan de vereisten van de tijd.

We zullen in de volgende sectie ingaan op de vraag hoe het vroeger was. Sectie drie gaat over de tegenwoordige tijd. We zullen de ontwikkeling typeren in termen van het aloude geest-lichaam probleem. In sectie vier gaan we in op het karakter van wetenschap, die pretendeert de duale te zijn van geloof. In het volgende deel gaan we in op de ideeën van Harari met betrekking tot de mogelijkheden om ons mens-zijn te beschermen. Daarna ga ik in op mijn eigen zienswijze. We sluiten af met een paar conclusies.

  1. Historische ontwikkeling

De werkelijkheid waarin we leven is altijd al complex geweest. Groepsvorming dient mensen bescherming tegen onzekerheid en onveiligheid. De existentiële vraag wordt beantwoord door het bestaan van goden te ervaren. Door hen via offers mild te stemmen, wordt op vrede en voorspoed gehoopt. Toen nomaden succesvol waren en de populatie begon te groeien, gingen mensen zich steeds meer vestigen in een bepaald gebied. Deze ontwikkeling bracht een sterke groei van ongelijkheid met zich. Bezit en religie waren de bronnen van dominantie van superieure mensen en groepen. Geweld was het middel tot machtsuitbreiding.

Groepsvorming leidde tot groepsdenken. In termen van Weber waren deze groepen instrumenteel-rationeel. Hun visie op het leven, voorgeschreven door priesters en koningen, waren rationalisaties van hun behartiging van de eigen belangen. In het Westen groeide het aantal individuen, dat trachtte een eigen kijk op de wereld te ontwikkelen. Dit werd bestreden door de instituties Kerk en Staat. Waarheid staat altijd op gespannen voet met de macht, die de eenheid in de eigen groep in stand probeert te houden. Technologische vooruitgang als gevolg van wetenschappelijk onderzoek bleek de bron van groeiende welvaart te zijn. Machines bleken een machtig middel om de arbeidsproductiviteit structureel te verhogen.

  • Welkom in de moderne wereld

De invloed van religie op de wetenschappelijke ontwikkeling is marginaal geworden. Tot aan de renaissance lag de nadruk bij kennisontwikkeling aan universiteiten en kloosters op de volgende lijn van causaliteit: God is de schepper van onze realiteit. Hij inspireert ons hem te loven door het goede te doen. Mensen zijn dus wezens, die handelen vanuit een door god gegeven inspiratie. Helaas is er een duivel, die mensen inspireert het kwade te doen. Dit maakt de menselijke geest tot een slagveld tussen god en duivel. Groeiende kennis van de natuur kan als middel worden ingezet, ten goede of ten kwade.

Gelovige wetenschappers hebben toen het deïsme geconstrueerd. God heeft de wereld geschapen, en toen hij daarmee klaar was, is hij andere dingen gaan doen. Wij leven nu in zijn orde – de natuurlijke orde. Door de mechanismen van deze orde te ontdekken, kunnen we onszelf een dienst bewijzen. Planeten draaien om de zon, en vrije economieën worden beheerst door het marktmechanisme, die er voor zorgt dat we ons altijd in de buurt van het marktevenwicht bevinden– een optimale situatie. Het conservatisme heeft vastgesteld dat de hiërarchie een natuurlijke ordening is. Het deïsme betekent dat wetenschappers religie niet nodig hebben. Dat is een persoonlijke zaak – ongeschikt om een belangrijke maatschappelijke taak te verrichten.

Het deïsme en het daarvan afgeleide dualisme roept verzet op in de psychologie en de biochemisch georiënteerde neurowetenschap. Wij onderzoeken de logica van de psyche? Er is helemaal geen psyche. Voor ons, wetenschappers, is de menselijke geest een zwarte doos. We weten welke prikkel we geven, en vervolgens observeren we de reactie. Zo ontdekken we correlaties. Prémoderne kennis is gebaseerd op ideeën van de menselijke natuur. Maar dat zijn verzinsels. De homo economicus en de homo sociologicus hebben hun tijd gehad. En de homo psychologicus heeft gelukkig nooit bestaan[1]. Hiermee is het onderscheid tussen de concepten economisch en sociaal verdwenen. Bovendien is het begrip rationeel in steeds meer gevallen opgegaan in het begrip logisch. Alleen het begrip intelligent is overgebleven.

In veel wetenschappen is in de loop van de 20ste eeuw het beeld van de natuurlijke orde vervangen door het evolutionaire paradigma. De bioloog Darwin studeerde op de ontwikkeling van diersoorten, en kwam tot de ontdekking dat de mens van de dieren afstamt, en dat er een genetische progressie plaats vindt in de loop van de tijd. Mensen hebben grotere hersenen, en vooral de locaties waarin planning en controle plaatsvinden, zijn groter dan bij dieren. Hij typeert de menselijke situatie als een voortdurende strijd om overleving, waarbij soorten en exemplaren die beter opgewassen zijn tegen de veranderende omstandigheden het winnen van exemplaren die zich moeilijk weten aan te passen. Betere genen overleven en worden doorgegeven. Maar hoe vindt progressie plaats? Spontane mutatie is zijn antwoord. Een soort van ‘big bang’ in het heel klein. 

Als overleving het doel is, en de menselijke geest speelt geen actieve rol, waaruit blijkt dan de progressie? We stoppen hier even met het bevragen van de evolutieleer; we komen er nog op terug. Maar feit is, dat de moderne ontwikkeling in de biochemie sterk is beinvloed door de evolutiebenadering. Opvallend kenmerk is dat in de strijd tussen evolutionaire economie en de neoklassieke economie Samuelson al lang geleden de neoklassieke economie als winnaar heeft betiteld. Het gevolg was dat tal van rivaliserende benaderingen  niet meer in zijn tekstboek werden behandeld. Vele andere tekstboekschrijvers volgden hem, en zo kwam het dat de neoklassieke economie een monopolie positie heeft ingenomen in de tekstboeken economie. Was Samuelson inderdaad de ‘fittest’? Misschien; maar zeker niet de beste. Dat hebben de jaren tien van deze eeuw laten zien.

Tegenwoordig zijn er vele econometrische modellen in omloop. Ze zijn een vorm van algoritme, en voorspellen de toekomst. Voor veruit de meeste gebruikers zijn de algoritmen onbekend. De Nederlandsche Bank heeft er één ontwikkeld, waarmee middelbare scholieren hun economie-kennis kunnen verbeteren. Als ze bijvoorbeeld een loonsverhoging intypen, zien ze dat dit een negatief effect heeft op de omvang van de werkgelegenheid. Het algoritme erachter kennen ze niet. Dat heeft DNB niet gepubliceerd. Is dit een voorproefje op onze 21ste eeuw? Het lijkt op het hacken van jonge geesten!

De moderne wereld heeft God als de ‘prime mover’ van alles in twee stappen afgezet. In de eerste plaats heeft de moderniteit hem als schepper geïnterpreteerd, die klaar is met zijn werk. Daarna is hij vervangen door zogeheten spontane mutaties. Dit is natuurlijk een ander woord voor ‘we weten het niet’. Hiermee zijn we onze bron van inspiratie kwijtgeraakt.

  • Een bron van inspiratie

Harari is somber als het gaat om een oplossing te formuleren. Hij waarschuwt tegen de nadelen van weer een nieuw verhaal verzinnen. Het probleem is dat mensen het gaan gebruiken als een nieuwe ‘identifier’. We vormen een groep rond het verhaal, bouwen een cultuur waarmee nieuwe waarheden worden geproduceerd. Hiermee worden mensen weer onderdrukt – een elite van de groep bepaalt de gang van zaken, en verdedigt de door hen geformuleerde waarheden. Met deze waarschuwing in het achterhoofd zal ik op basis van literatuur, eigen denken en voelen, en de ervaringen die ik in tal van zeer verschillende culturen heb opgedaan, een eigen verhaal construeren. 

Het probleem waarmee Heidegger zich veelvuldig heeft beziggehouden is de vraag: hoe kan het dat er iets is in plaats van niets. Het moderne antwoord is de “Big Bang”. Met andere woorden, we weten dat niet. Het religieuze antwoord is: Onze werkelijkheid is geschapen door God. Deze stelling is een analytische waarheid. God is per definitie het subject dat verantwoordelijk is voor ons bestaan. Dit axioma kan pas een rol spelen, zodra we zeggen wat voor ons het belangrijkste karakteristiek van God is. De theologische wetenschap houdt zich per definitie bezig met die vraag. Daar wij geen kennis kunnen hebben van de goddelijke wereld, moeten we aannemen dat God contact heeft met zijn creaties. Zo niet, dan houdt alles op. Zo ja, dan moeten we in onze geest een intuïtie hebben, die ons hierover iets vertelt. Dan gaat het met name over de voorwaarden, waaronder het leven ons een zinvol gevoel geeft. Zelfonderzoek kan ons van alles leren, en in intieme sociale verbanden kunnen we elkaar daarbij op weg helpen.

Mijn voorlopige bijdrage is als volgt. De belangrijkste menselijke behoeften betreffen veiligheid, respect en voldoende middelen van bestaan. Indien deze zijn vervuld, is er plaats voor verwondering en nieuwsgierigheid naar alles wat we op ons pad tegenkomen. Nu zijn er twee opties, waaruit we kunnen kiezen. We kunnen op basis van onze ervaring kiezen voor ons korte-termijn belang van ons zelf, of van de groep(en), waarmee we ons identificeren. We kunnen ook kiezen voor een focus op onze bijdrage aan het belang van de schepping als geheel. Als we zeggen dat God staat voor liefde voor zijn schepping, dan zien we onszelf als rentmeesters, niet eigenaars ervan. Relaties met elkaar en met de schepping als geheel, die zijn aangegaan, moeten goed worden onderhouden. Als we echter kiezen voor ons eigen belang, dan is ons levensmotto: ‘après nous le déluge’. In het Nederlands: ‘het zal mijn tijd wel duren’.

Kiezen we voor liefde, dan zeggen we eigenlijk: de schepping bloeit als wij onze bijdrage leveren, en er voor elkaar zijn, zodra dat nodig is. De tegenstelling is niet die van egoïsme en altruïsme. Liefde is geen opoffering. Ze doet groeien. Het geeft voldoening iets samen te doen, zonder dat sommigen met opzet worden buitengesloten. Eénzaamheid wordt minder als je open staat voor de geest van de liefde. Open staan voor het gemeenschappelijke belang werkt inspirerend. De vraag naar de zin van het leven is dan slechts een abstracte vraag. In concreto hebben we dan zin in het leven.

In Keizer (2015) heb ik vele perspectieven uit de economie, de sociologie en de psychologie besproken – en ook tal van wetenschapsfilosofische benaderingen de revue laten passeren. Gaande weg werd ik steeds enthousiaster – zoveel groepen wetenschappers leren begrijpen. Open staan verrijkt. Maar in dat boek kwam ik ook tot de conclusie dat inspiratie niet op een markt kan worden gekocht. In de moderne wereld waarin de geest niet meer is als een materieel ingebed bewustzijn, is inspiratie een probleem. Er is (nog) geen algoritme voor. Openstaan vereist geloof in het bestaan van een inspiratiebron. We kunnen elkaars inspiratiebron vormen. Maar dit nieuwe verhaal gaat uit van het bestaan van een God van liefde, die alles heeft gecreëerd, ook ons vermogen tot inspiratie. Sleutel: stel je geest open voor een ander; dan vormen zich op organische wijze positieve verbanden. Het heeft er bij mij ook toe geleid dat heel veel theologische vragen aan de kant zijn geschoven: daar weten we allemaal niets van, en het leidt alleen maar tot meer rivaliteit.

Vier opmerkingen dienen nog te worden gemaakt. In de eerste plaats moet worden gezegd dat geen mens het goede is, en geen enkel mens het kwade. Het zijn twee mentale krachten of drijfveren, die in meerdere of mindere mate ons beïnvloeden. Ieder mens heeft de potentie om goed en om kwaad te handelen. In de tweede plaats moeten we moraliteit zien als een aspect van ons handelen, zoals we ook een sociaal, een economisch en een mentaal aspect kennen. Handelingen zijn in principe nooit goed of kwaad. Daarvoor moeten we de context van de activiteit kennen. Iemand doden kan goed zijn, en iemand kussen kan immoreel zijn. Moraliteit gaat over normatieve regels: “Thou shall …”, en iemands intentie speelt daarbij een rol. Maar er is ook kennis nodig met betrekking tot positieve relaties, die voorwerp zijn van wetenschappelijk onderzoek. Dus de gevolgen van iemands handelen heeft invloed op de beoordeling van iemands daden in morele zin. In de derde plaats, is het goed om jezelf tot centrum van verantwoordelijkheid te maken. Uiteindelijk ben je je eigen autoriteit. Je legt regelmatig verantwoording af aan jezelf in een innerlijk gesprek. Daarbij geldt jouw betrokkenheid bij de regel van God: liefde is betrokken aandacht. Anders gaat het op den duur niet goed. In de vierde plaats moeten we rekening houden met een arbeidsverdeling, die maakt dat niet iedereen overal verantwoordelijk voor is. Een organisatie kan alleen goed functioneren als alle medewerkers ook inderdaad meewerken. Loyaliteit is een groot goed. Maar als heel duidelijk wordt dat de principaal opzettelijk verzuimt de doelstellingen van de organisatie te dienen, zal de agent toch zijn eigen geweten moeten volgen, en zijn kritiek moeten geven.

Wie de krant leest, wordt dagelijks geconfronteerd met een permanente stroom van wangedrag. Wie zelf ergens een baan heeft, weet wat het is om in een immorele cultuur te werken. Wat te doen? Aan de universiteiten worden vele studenten opgeleid op de moderne manier. Er is maar één waarheid, en die wordt in de vorm gegoten van een kwantitatief model. De stap naar algoritmisering is klein.  Twee voorbeelden illustreren hoe de kwaliteit negatief wordt beïnvloed door deze moderne manier van werken. Toen in 2008 een kredietcrisis uitbrak, besloot de eurozone dat de overheden sterk op hun uitgaven moesten bezuinigen. Dit was geheel in overeenstemming met de neoklassiek-econometrische modellen, die vooral in Nederland en Duitsland een grote rol speelden. Er viel niet te praten met de ambtenaren van Financiën en met de economen van belangrijke media, zoals de NRC. Volstrekt gesloten geesten, die als robotten reageerden op kritische argumenten. Een tweede voorbeeld is de Toeslagenaffaire. Het ministerie van Financiën heeft een serie algoritmen ontwikkeld, die groepen mensen aanwees, waar de kans op fraude groot was. Dus werden de uitkeringen van de leden van die categorieën stopgezet. Er viel niet over te praten: ‘we voeren een hard beleid’, ‘we moeten deze groepen aanpakken”. Volstrekt gesloten geesten, met irrationeel en immoreel gedrag. De samenleving stond op zijn kop, toen klokkenluider Pieter Omtzigt door collega’s en partijgenoten voor psychopaat werd uitgemaakt; een man die ziek is en hulp nodig heeft. Het Haagse groepsdenken doet zich in alle organisaties voor. Vele mensen zijn daarvan het slachtoffer. De vraag is niet alleen hoe we tegenmachten kunnen organiseren. Dat is een typisch sociaal-democratisch antwoord. Ieder mens, zeker zij die op een verantwoordelijke post zit, moet een tegenmacht vormen in zijn geest! Daar bevindt zich het slagveld.

  • Alternatief voor Harari’s meditatie

 Harari maakt zich grote zorgen over de invloed van biochemische algoritmen. Mensen zullen steeds meer gehackt worden. In een laatste hoofdstuk legt hij uit hoe hij zichzelf teweer stelt tegen deze dreiging. Hij is gaan mediteren op een wijze die het hindoeïsme en het boeddhisme al eeuwenlang beoefenen. De methode, die wij tegenwoordig ‘mindfulness’ noemen, gaat als volgt. We zitten in de typische yoga-houding. We lopen ons hele lichaam door, en ervaren welke delen de aandacht trekken: pijn, prikkeling, spanning. We observeren, we oordelen niet. We weten dat onze geestelijke gesteldheid zich manifesteert in de vorm van lichamelijke sensaties. Op deze wijze leren we ons lichaam, en daarmee onze geest. We worden rustiger in ons hoofd, en dat leidt tot een leven zonder haast en grote spanning. De kwaliteit van onze beslissingen zal hierdoor zeker worden verbeterd.

Een probleem met deze aanpak is gelegen in het feit dat landen waar deze religies de cultuur al heel lang domineren, niet heeft geleid tot vrede en voorspoed. Alles wat Harari zo raak in zijn boek heeft beschreven over de negatieve effecten van religie, geldt voor deze landen. Dit houdt in dat mindfulness als zodanig misschien noodzakelijk, maar toch zeker niet voldoende voorwaarde is voor vrede en voorspoed, of zoals Harari steeds zegt: zo weinig mogelijk menselijk leed. De beroemde ceteris-paribus clausule geldt ook hier: mindfulness is goed voor ons welzijn, gegeven de omstandigheden. Maar als we de context in beschouwing nemen, dan wordt het experiment veel realistischer. Degene die mediteert, leeft in een omgeving waar vele problemen bestaan. Deze roepen spanningen op, en als we mediteren, moeten we in gedachten terug gaan naar de situaties, waarin de conflicten tot uiting kwamen. Wat maakte mij zo boos, en wie was degene die mij daar, volkomen ten onrechte, zo dwars zat? Tot welke groep hoort die vrouw die zich zo misdroeg? Word ik zo nerveus omdat er grote economische belangen op het spel staan? Of voel ik me in mijn eer aangetast? Stel je hebt economie gestudeerd en bezet een prestigieuze positie in de maatschappij. Vervolgens word je openlijk uitgedaagd door iemand met een veel lagere status. Wat hij zegt is natuurlijk onzin.

Deze vorm van mediteren leidt vanuit een positie van rust tot een staat van grote onrust, misschien wel boosheid. Vervolgens is het zaak om de conflictpunten rustig langs te lopen, en je af te vragen wat de eigen bijdrage in het conflict is. In gedachten ga je naar de opponent toe, en vraag haar om er eens rustig over te praten. Deze persoon blijkt daar positief op in te gaan. Dit creëert enige rust. Vervolgens eindig je weer met een oefening mindfulness om weer helemaal rustig te worden. Beperk je de meditatie tot de eerste stap, dan maken we als het ware rustig en sterk om verfrist de eeuwige rivaliteit weer aan te gaan. Dan is er niets opgelost.

Een volgende stap is dat je niet alleen in je meditatie, maar ook in jouw reële leven op je ‘vijanden’ toestapt. Religieuze en  niet-religieuze mensen, neoklassieke economen en multidisciplinaire economen, klassieke sociologen en symbolisch-interactionistisch georiënteerde sociologen, orthodoxe macro-economen en orthodoxe micro-economen: allemaal voeren ze hun dagelijkse strijd, veelal op indirecte wijze. Maar die indirecte wijze maakt dat de problemen nooit worden herkend en aangepakt. In de politiek: de man die zegt dat hij liberaal is praat niet met socialisten over hun vooronderstellingen, een ambtenaar van de toeslagenafdeling praat niet met een advocaat van gedupeerde ouders in een veilige omgeving. Zo zit onze maatschappij vol met bubbels, die de geesten van mensen hebben gehackt. Leer oordelen over jouw eigen bijdrage aan conflicten; en ontwikkel een strategie om – stap-voor-stap die bijdrage te verminderen.

  • Conclusies

Onzekerheid als gevolg complexiteit roept existentiële angst op. Als we door krijgen dat we fysiek sterk, intelligent en sociaal erkend zijn, verdwijnt de angst. Meer gevoelens van macht leidt vaak tot rivaliteit en de wil tot dominantie. Daar lijkt vaak geen einde aan te komen. Onzekerheid en complexiteit leidt ook tot groepsvorming. Rivaliteit vindt ook vaak groepsgewijs plaats. We identificeren ons met bepaalde groepen, en ontlenen er status aan. Gewelddadige confrontaties zijn schering en inslag.

Gelukkig is gebleken dat de angst voor geweld ook heeft geleid tot moreel besef (Girard, 1978). Ook heeft de existentiële angst tot de ontwikkeling van religieuze gevoelens geleid. Maar de godsbeelden, die mensen hebben ontwikkeld, hebben de rivaliteit vaak verergerd. Een derde reactie op angst is de economische drijfveer. Mensen zijn hard gaan werken voor hun levensonderhoud. In gebieden waar mensen veel aandacht besteedden aan de kwaliteit van de productietechniek, bleek economische groei het resultaat. Soms remde dit de conflicten, soms riep dit jaloezie op.

De technologische vooruitgang heeft geleid tot een enorme kapitaalgoederenvoorraad. Mensen lieten machines het werk doen. Zeer welvaart-verhogend, vooral voor de bezitters van al dat kapitaal. De laatste decennia zien we in veel landen een sterke groei van het scholingsniveau en van de gezondheid van mensen. Dat is fantastisch – meer mensen doen economisch gesproken mee. In het westen zien we deze bevrijding uit bittere armoede en slavernij gepaard gaan met een proces van secularisatie. Mensen bevrijden zich ook uit de klauwen van religieuze instituties. Dat is fantastisch voor zover kerken een maatschappelijk-disciplinerende functie vervulden: “We moeten God gehoorzamen, en de leiding bepaalt voor de mensen wat God van ons vraagt”. De enorme scholing van de bevolking blijkt zich niet te verenigen met een strakke klerikale hiërarchie. Rome heeft steeds minder zeggingskracht, en de protestantse kerken bestaan uit vele denominaties, die elkaar bestrijden.

Nu het grote probleem, zoals geschetst door Harari. De secularisatie in de wetenschap heeft geleid tot de bijna-afschaffing van de menselijke geest. Via deïsme en dualisme zijn de moderne wetenschappers uitgekomen bij het monisme: geest en lichaam zijn één. Daar we het lichaam empirisch kunnen waarnemen, beperken we ons hiertoe. De geest bestaat eigenlijk niet; we ervaren bewustzijn. Dit maakt het mogelijk om lichamelijke sensaties waar te nemen, die expressies zijn van onze mentale gesteldheid. Het impliceert dat we van alle dogma’s bevrijd zijn. Een goede zorg voor het lichaam blijft over. Het zal leiden tot stabiele processen, waardoor we ons goed voelen.

Hierop aansluitend zijn veel wetenschappers bezig om de productieve machines te digitaliseren en algoritmen te ontwikkelen, die de stabiliteit van de processen in ons lichaam verbeteren.  Chips worden geplaatst, ook in de hersenen, zodat we altijd kunnen zien of er medische ingrepen nodig zijn. Zo ja, dan krijgen we automatisch een bericht op onze phone wanneer we waar terecht kunnen. Ook al ons gedrag zal steeds meer worden waargenomen door apparaten, zodat het systeem weet welke behoeften we hebben. Het systeem wordt bestuurd door een groep excellente experts. De doelen die de maatschappij moeten worden bereikt, zullen worden geformuleerd door een kleine groep politieke experts. Democratie wordt steeds meer overbodig, en protest is louter verspilling middelen. Zij, die niet meer willen meedoen, kunnen dat aan het systeem doorgeven. Dan krijgen de mensen een bericht over het waar en wanneer de geplande euthanasie wordt verricht. We zijn aangeland in de “brave new world” van Aldous Huxley, beschreven in 1931. In deze wereld is de mens opgeheven. Hij was ook eigenlijk maar een vervelende ruziezoeker.  Hij is slechts materie, en wordt nu zoveel mogelijk verwerkt in het digitale systeem, dat wordt bestuurd door algoritmen.

Harari geeft zijn persoonlijke verzet vorm door middel van meditatie. Dat komt neer op een regelmatige waarneming van lichamelijke sensaties. Daar hoopt hij rustig van te worden. Naar mijn oordeel is deze hindoeïstische en boeddhistische zoektocht naar rust en leegte niet leidt tot actieve burgers, die streven naar vrede en voorspoed – mensen zijn zombies geword. Mijn voorstel is de meditatie uit te breiden en een innerlijke communicatie aan te gaan met jezelf. De vraag luidt: wat is de eigen bijdrage aan de eindeloze stroom menselijke conflicten? Kun je nagaan hoe dat komt en zie je strategieën om deze bijdrage aan de menselijke ellende te reduceren? Verklaar jezelf medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van de algoritmen. Als collega’s slecht functioneren, ga dan het gesprek met deze mensen aan!

Naarmate meer bevoegdheden worden overgeheveld naar algoritmen op centraler niveau, zal de weerstand tegen het systeem groeien. Ook het groeiend aantal mensen dat geen respectvolle maatschappelijke positie kunnen innemen, leidt tot meer weerstand. Lang niet iedereen past in de voor hem bedachte mal. Bovendien heeft de moderne wetenschap de functie van religie over het hoofd gezien. Ten eerste biedt het mensen een anker, waardoor de existentiële angst vermindert. Met name indien we ons zien als rentmeester, en niet als eigenaar van de schepping, verlost ons dat van het ondraaglijke gevoel van totale verantwoordelijkheid, waaraan we willen ontsnappen: Mondiale vrede? Droom lekker verder”. Het idee dat we slechts een zandkorrel zijn, verlamt mensen. Vervolgens doen ze niets. 

Een religie dat de rivaliteit reduceert, en de solidariteit vergroot, moet in zijn formulering uiterst bescheiden zijn. Een paar woorden, die nagenoeg onbetwistbaar zijn. We hebben geen enkele betrouwbare specifieke kennis van het hiervoor- en het hiernamaals. De existentiële angst, die dat oproept kan worden beperkt door het axioma van de liefde. Het sluit aan bij de universele menselijke intuïtie van wat goed en wat kwaad is. De schepping is niet af als de mensen geen dragers zijn van het idee van de liefde. In dat paradigma past geen levensangst, en geen doodsangst. We hebben dan een existentiële veiligheid bereikt, die ons de ruimte geeft of moedig te zijn. Al onze fysieke en mentale energie kan worden gebruikt voor een duurzame groei in de kwaliteit van de verhoudingen tussen mensen en tussen mensen en natuur.

Bovenstaande tekst schetst een ideaaltypisch beeld. Het kan dienen als een referentiepunt, zoals het algemeen evenwichtsmodel van Walras in de economie, het bureaucratiemodel van Weber in de sociologie, en het democratiemodel in de politicologie. Instituties moeten mensen dienen. Ze behoren nooit een instrument van geweld te zijn. Wij mensen moeten onze eigen positie overeind zien te houden tegenover experts, die ons algoritmen opdringen.

Literatuur

Girard, R. (1978), Things Hidden Since the Formation of the World, Stanford: Stanford University Press.

Keizer, P. (2015), Multidisciplinary Economics, A Methodological Account, Oxford: Oxford University Press

Piet Keizer, 6 juli, 2021, Gieten


[1] Eén belangrijke uitzondering waarin deze hominem wel wordt gehanteerd, is Keizer (2015). Bovendien zijn alle prestigieuze tekstboeken economie en sociologie gebaseerd op deze niet-genoemde mensbeelden.

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s