Mentaliteitsverandering: hoe doe je dat?

Pieter Omtzigt Op dit moment is Pieter Omtzigt de meest populaire Nederlander. Hij werkt hard, heeft een uitstekende dossierkennis, en houdt vol, ook als de gevestigde macht hem op vele manieren dwars zit. Hij brengt offers om dienstbaar te zijn aan de burgers. Dat geeft hem meer voldoening dan burgers willens en wetens in de kou laten staan.

Zijn onlangs uitgebrachte boek “Naar een nieuw sociaal contract” biedt een veelheid van schandalen, waarin ambtenaren en politici ernstig disfunctioneren. Omtzigt neemt de principes van de rechtsstaat als meetlat: personen zijn gelijkwaardig aan elkaar, en de bekende trias politica tracht diverse machtsbolwerken in balans te houden.

De laatste weken hebben de media hiermee volgestaan, met de kinderopvangtoeslag als dieptepunt. Maar de aanbevelingen van Omtzigt zijn daarbij weinig of niet aan bod gekomen. De meeste van zijn voorstellen zijn structureel van aard. De wetten moeten door rechters ook getoetst worden aan de grondwet, de regionale invloed van kiezers moet worden verbeterd, en de rol van de kwantitatieve modellen van het CPB moet worden verkleind. Om structurele maatregelen effectief te laten zijn, dient er ook een mentaliteitsverandering plaats te vinden. Hij noemt echter geen maatregelen die dit kunnen bewerkstelligen. De slogan ‘mensen moeten zich aan de wet houden’ is te simpel. Deze weg hebben we al zo lang bewandeld. Iedereen weet dit, maar toch vindt er erosie van onze rechtsstatelijke instituties plaats. We hebben een expliciete analyse van het fenomeen ‘mentaliteit’ nodig. Alleen dan kunnen we een mentaliteitsbeleid voeren.

Mentaliteit als een variabele

In de moderne menswetenschappen speelt de ‘mind’ een ondergeschikte rol. Het overgrote deel van het  economie is gebaseerd op een constante economische drijfveer. Dit houdt in dat we allemaal en onder alle omstandigheden gedreven zijn om met minimale middelen het maximale uit de natuur te halen. Voor de sociologie geldt een constant sociaal motief: we willen allemaal bij een groep horen, en we leren ons gedragen naar de normen van de eigen groep. In de moderne psychologie wordt de geest steeds meer vervangen door onze hersenen: ‘wij zijn ons brein’. Het reageert op externe prikkels. Economen zoeken naar optimale beloningen en straffen. Sociologen hopen dat mensen door middel van onderwijs meer kansen krijgen om binnen de wet aan de noodzakelijke middelen te komen. De moderne literatuur is een zoektocht naar de juiste prikkels. Technologische ontwikkeling is de bron van vooruitgang. Als er al iets is van een bewustzijn, dan kunnen we die verbeteren door fysieke aanpassingen: sport, voeding, kennis, genetische aanpassing. Het allerbelangrijkste is dat de grillige mens steeds meer wordt vervangen door robots, die via algoritmen worden gestuurd. 

Toch wordt er in het relatief rijke Nederland veel gediscrimineerd, en hebben veel mensen, bewust of onbewust, psychische hulp nodig. Een mentale virus waart rond, die mensen ertoe verleid om ongemakkelijke waarheden niet te zien, en niet in gesprek gaan met mensen, die anders zijn. Zo denken ze hun economische en sociale positie en het comfort daaruit voort vloeit, te behouden. 

Als de universiteiten de menselijke geest weer een volwaardige plaats geven in hun onderzoek en onderwijs, krijgen we mensen in de analyse die een bepaalde mate van keuzevrijheid ervaren, welke op verantwoorde wijze kan worden ingevuld. Zo komt ‘mentaliteit’ weer terug als een serieuze variabele waaraan we kunnen werken.

Mentale analyse

In Keizer (2015, 2017, 2019) wordt een uitvoerige psychische analyse geconstrueerd waarin de emotie ‘actuele zelf’ zich gedraagt, een vrije en verantwoordelijke ‘ik’ handelt. De emotie ‘ware zelf, zoals die ervaren wordt door de ‘ik’, fungeert als een strategische staf, die de ‘ik’ adviseert. De twee communiceren regelmatig met elkaar. Dat gesprek levert spanningen op, welke een basis vormen voor gedragsverandering. We beschikken allemaal over een bepaalde mate van wilskracht, waarmee de actuele zelf wordt gedwongen om zich meer van de eisen van de ware zelf in te willigen .De persoon heeft ook een ratio, die alle emotionele impulsen tegen het licht houdt om te zien of ze logisch consistent zijn en de eigen belangen wel dient.

In realistischer analyses gaan we uit van zeer onvolledige informatie. De realiteit is complex en we zijn allemaal onzeker. Om ons beter tegen de rationalisaties van de actuele zelf te beschermen, ontwikkelen we een interpretatiekader. Informatie die niet door dit kader worden begrepen, worden genegeerd. De feiten, die er wel binnen vallen worden gerangschikt naar niveau van algemeenheid. Het hoogste niveau bevat het paradigma, en het laagste niveau gaat over de empirische feiten, die worden erkend en verklaard (Lakatos, 1970).

Dit kader is een model die de visie van een persoon of groep verbeeldt, en die fungeert als basis voor de af te leiden doelen en instrumenten.

In de politiek zien we groepen met verschillende visies of modellen, en we zien dat de groepen verschillen in doelen en in wilskracht om die doelen te bereiken.

Nu zijn er twee instrumenten, waarmee we onze mentaliteit kunnen veranderen, te weten het spelen van simulaties en door middel van regelmatig polderoverleg. Ze stimuleren de kwaliteit van zowel de communicatie tussen mensen, en groepen van mensen, als van onze interne communicatie: die tussen ware zelf en ik en tussen actuele zelf en ik. Bewustwording van de logica van de visies van andere mensen, en de daar aan gekoppelde versterking van de wilskracht leiden dan tot een mentaliteitsverandering.

Simulatiespel

Het negeren van geaccepteerde regels is vaak terug te voeren op een gebrek aan empathie voor de belangen van andere mensen, inclusief van die van de volgende generaties. In de samenleving spelen we allemaal vele rollen. Als we ons beperken tot een aantal rollen, en geen ervaring hebben met vele andere, gaat de afstemming tussen al die rollen moeizaam. Als een automobilist door een drukke stad rijdt, helpt het als hij ook vaak als voetganger of als fietser door drukke steden rijdt. Als werknemers en werkgevers met elkaar onderhandelen over arbeidsvoorwaarden, dan is het belangrijk dat de rollenspelers in het dagelijks leven mensen kennen, wier vertegenwoordigers aan de andere kant van de tafel zitten.

Het goede nieuws is dat we empathie kunnen leren. In mijn 55-jarige carrière aan een aantal universiteiten, heb ik geleerd dat kennis altijd ingekaderd is in een structuur van axioma’s en andere typen van veronderstellingen. In vele opleidingen wordt daar echter weinig aandacht aan besteed. Er is veelal een dominante stroming die gepresenteerd wordt als realistisch, en als onderbouwing van empirisch onderzoek kan worden gebruikt. In de algemene economie bijvoorbeeld, wordt vooral neoklassieke economie beoefend. Tal van essentiële concurrenten worden als rivalen beschouwd, die genegeerd dienen te worden. Daarnaast is er een groei van empirisch onderzoek waar een analytische onderbouwing ontbreekt. Het leidt tot een eindeloze hoeveelheid correlaties, die zeer tijd en plaatsgebonden zijn. Keizer (2015) bevat vele voorbeelden van dit reductionisme. Zouden studenten pluralistisch worden opgeleid, en ook grondig kennis maken met een reeks andere paradigma’s, dan zou rollenspel geweldige resultaten kunnen boeken. Indien bijvoorbeeld de post-keynesiaanse economie ook een rol had gespeeld, hadden we andere adviezen van het Ministerie van Financiën en van het CPB gekregen ten aanzien van de aanpak van de kredietcrisis van 2008.

Polderoverleg

Pluralisme bevordert ook de kwaliteit van het polderen. De analytische grondslag van het poldermodel is gelegen in de klassiek-sociologische consensus benadering. Conflicten in de samenleving moeten zoveel mogelijk beperkt blijven. Door de conflicterende belangen goed te organiseren, en een stem te geven, kan er gepraat worden. Vaak blijkt in rationeel gevoerde gesprekken dat eigen belangen gericht blijken te zijn op het korte-termijn eigen belang. Door een voortdurend gesprek wordt het steeds duidelijker waar de gezamenlijke lange-termijn belangen liggen.

In de Nederlandse praktijk zijn twee belangrijke fouten in het model geslopen. Ten eerste wordt het teveel gezien als een besluitvormingsmodel. Pas als er consensus is, wordt er besloten. Polderoverleg is echter een sociaal proces: bewustwording van de eigen en andermans paradigma’s. Voortdurend overleg dient de argumenten logisch consistent maken. Ten slotte is er een sterk retorisch element: elkaar van de vruchtbaarheid van de eigen paradigma’s . Zo wordt er maatschappelijk draagvlak gecreëerd, welke in de loop van de tijd evolueert. Het polderoverleg wordt, terecht, vaak als stroperig aangemerkt. Natuurlijk moeten besluitvormers in de buurt van dat draagvlak blijven. Maar als er haast is, moeten besluiten genomen worden – misschien beïnvloedt dat wel het draagvlak in de nabije toekomst.

Ten tweede zijn de overleggende partijen zelf een gevestigde macht te worden. Meer democratie binnen  de organisaties en meer concurrentie tussen de verschillende organisaties, die een bepaald belang menen te vertegenwoordigen, kan de flexibiliteit van het poldermodel belangrijk vergroten. De kritiek op ambtenaren en politici in termen van irrationaliteit en immoraliteit gelden zeker ook voor het middenveld.

Conclusie

Pieter Omtzigt heeft veel bewondering gewekt door zijn vasthoudendheid bij het blootleggen van ambtelijk en politiek falen. Naast een aantal structurele maatregelen, beschouwt hij mentaliteitsverandering als noodzakelijk. In de menswetenschappen wordt er in de menswetenschappen veelal uitgegaan van een constante menselijke natuur. Zelfs de psychologie reduceert de ‘mind’ steeds meer tot de hersenen. Mentaliteitsverandering is dan niet meer nodig. Gedragsverandering wordt bereikt door een optimale verzameling prikkels. Het leidt tot een gezond lichaam, de beschikking over de juist informatie en een effectief stelsel van beloningen.

Omtzigts niet-moderne oproep maakt een mentale analyse. Keizer heeft in een serie recente publicaties een dergelijke analyse geconstrueerd. Hierdoor wordt duidelijk hoe we zelf onze mentaliteit kunnen verbeteren. De combinatie van simulatiespel en polderoverleg heeft de potentie om het empathische vermogen van de deelnemers belangrijk te verbeteren.

Literatuur

Keizer, Piet (2015), Multi-disciplinary Economics, A Methodological Account, Oxford: Oxford University Press.

Keizer, Piet (2017), Hoe de crisis het economische denken verandert, Amsterdam: Amsterdam University Press.

Keizer, Piet (2019), A Power Model of the Labour Market, Theoretical Economics Letters, vol.10, no. 4.

Lakatos, I. (1970), Falsification and the Methodology of Scientific Research Programmes, in: I.Lakatyos, R.A.Musgrave (eds.), Criticism and the Growth of Knowledge, Cambridge: Cambridge University Press.

Omtzigt, P. (2021), Een nieuw sociaal contract, Amsterdam: Prometheus.

Auteur: Piet Keizer

Email: pietkeizer46@gmail.com

Website: www.pietkeizer.nl

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s