Hervormingen in coronatijd

Hervormingen in coronatijd

De EU-economie bevindt zich in een crisis als gevolg van het corona-virus. Sommige landen zijn meer getroffen dan andere. Griekenland is nauwelijks, en Italië en Spanje zijn erg geraakt. Sommige economieën stonden er goed voor aan het begin van de corona-crisis, andere daarentegen stonden zwakker. Brussel heeft nu drie opties: (1) ieder land voor zich. Dat is een gevaarlijke weg. Landen als Rusland en China staan klaar om in het gat te springen. Daar is Europa niet mee gebaat. (2) de EU is solidair en financiert alle landen naar de mate waarin ze getroffen zijn met behulp van giften. Ook dit is gevaarlijk. Het maakt de interne verdeeldheid groter. (3) De EU verstrekt landen in nood voorwaardelijke leningen. Dat lijkt de gulden middenweg – maar de hamvraag is natuurlijk: welke voorwaarden? In het politieke gesprek duikt nu het woord ‘hervormingen’ op. In het afgelopen decennium heeft dit begrip een specifieke betekenis

gekregen, namelijk deregulering van met name de arbeidsmarkt. In de eerste plaats, minder sociale uitkeringen aan kleinere groepen over een kortere periode. Ten tweede, minder regels waaraan een arbeidscontract moet voldoen. Beide beleidslijnen zijn er op gericht om de arbeidskosten per eenheid product te drukken. We hebben de afgelopen jaren ervaren dat dit een averechts effect heeft op een economie in een depressie. Griekenland is daarbij een goed voorbeeld. Deze fout is gemaakt omdat er teveel vanuit klassieke hoek wordt gedacht. Maar in de klassieke economie bestaat geen depressie; in onze dagelijkse werkelijkheid echter wel. In het Noorden van Europa is gedurende de eerste helft van de 20th eeuw een heel stelsel van collectieve loononderhandelingen gebouwd. Eén van de belangrijke doelen was een economie in depressie te beschermen tegen een procyclische loondaling. Keynes heeft dit effect uitvoerig geanalyseerd. Elk land zou op nationaal niveau een besturingssysteem kunnen instellen, dan wel nieuw leven inblazen. Dit systeem moet er voor zorgen dat de reële macro-loonontwikkeling gelijke tred houdt met de arbeidsproductiviteit. Als de economie op deze manier in balans wordt gehouden, kunnen de reële micro-lonen binnen de geboden ruimte differentiëren tussen professies and sectoren die het goed doen, en zij die het minder goed doen. Dan hebben we tegelijkertijd macro-stabiliteit en micro-flexibiliteit gerealiseerd. Een resultaat dat een gedereguleerde markteconomie niet voor elkaar krijgt.

374 woorden

Piet Keizer, Utrecht University School of Economics

30/05/2020

www.pietkeizer.nl

pietkeizer46@gmail.com

 

This entry was posted in Columns, Multidisciplinary Economics and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s