Goudzwaard en het Bijbelse paradigma

Goudzwaard en het Bijbelse Paradigma

  • Inleiding

De bijbel is één van de meest verkochte geschiedenisboeken ter wereld. Het zou raar zijn als daar voor economen niets bijzonders in staat. Goudzwaard heeft het talent om praktische maatschappelijke problemen vanuit een bijbels paradigma te belichten, en de resultaten ervan te vergelijken met die van het moderne paradigma. Het levert een fraai beeld op, dat meer aandacht verdient dan het tot nu toe krijgt.

We zullen eerst weergeven hoe Goudzwaard een reeks van maatschappelijke problemen bespreekt, en laat zien hoezeer ze samenhangen. Vervolgens bespreken we zijn interpretatie van het moderne paradigma. Hij laat zien hoe de gelovigen in de moderniteit de oplossingen zoeken voor de tegenwoordige vraagstukken. Daarna gaan we in op Goudzwaard’s kritiek op moderniteit vanuit bijbels perspectief. Hierdoor krijgen de maatschappelijke vragen een andere duiding, hetgeen leidt tot een andere politiek ter reductie van die problemen.

Praktische oplossingen, die we in de bijbel vinden, zijn plaats- en tijdgebonden. Maar we kunnen nieuwe oplossingen bedenken voor de problemen van vandaag op basis van het bijbelse paradigma: altijd hoop houden dat de liefde overwint.

  • Onze problemen zijn mondiaal en interdependent

 

Door de mondialisering zijn de maatschappijen meer met elkaar vervlochten dan ooit. Schaalvergroting en de daarmee verband houdende technologisering en vooral digitalisering zijn belangrijke karakteristieken van het moderne leven. De economische groei legt een steeds groter beslag op ons milieu. De succesvolle personen, organisaties en regio’s vormen een voorbeeld voor de minder succesvolle mensen van wat er aan luxe mogelijk is. Niet alleen kapitaal, maar ook arbeid stroomt over de wereld op zoek naar geluk. Tot op zekere hoogte kan door de stroom van arbeid en kapitaal van arm naar rijk de politieke en militaire spanningen afnemen. Interne spanningen in de landen zelf, kunnen echter toenemen. Sinds WOII zijn het aantal oorlogen afgenomen. Toch lijkt het erop dat de ontwikkelingen onbeheersbaar zijn. De ongelijkheid wordt groter, en de bewapening van vele landen neemt in kwaliteit toe. Guerilla-groepen bedienen zich van steeds geavanceerdere wapens, en ook een aantal arme landen hebben kernwapens ontwikkeld. Een laatste punt: ook de ongelijkheid binnen hele rijke landen neemt toe. Terwijl het gemiddelde niveau van gezondheid en het scholing van de bevolking toeneemt, zijn er groepen binnen die rijke landen, die duidelijk achterblijven. Toenemende immigratie zorgt voor etnische spanningen – migrantengroepen blijven nauwe banden onderhouden met het land van afkomst. Zo ontstaan er explosieve mengsels, die tot geweld kunnen leiden. De roep om ‘law and order’ wordt sterker – de combinatie van heel rijk en veel sociale spanningen vraagt om autoritair ingrijpen. Zondebokken worden aangewezen, en verbannen.

In het Westen wordt de combinatie van vrijheid en technologische vooruitgang gezien als de oplossing van onze maatschappelijke problemen. In de volgende sectie gaan we in op deze moderne visie.

  • Moderniteit

 

Er zijn altijd al moderne mensen geweest. Maar de tijdgeest in de Middeleeuwen was prémodern. Mensen ontleenden inspiratie uit het christelijk geloof. Maar de elite van kerk en staat wist hoe belangrijk religie is. Door te dreigen met hel en verdoemenis hebben leiders vaak ernstig misbruik van hun macht gemaakt. De Renaissance en later de Verlichting zijn bewegingen, die er op uit waren om de macht van kerk en staat te doorbreken. De moderne wetenschap, waaronder zeker ook de filosofie, nam het voortouw: ni Dieu, ni Maître. Alleen de menselijke rede leidt tot betrouwbare waarneming van de omgeving waarin de mens verkeert. Was eerst de Bijbel een bron van betrouwbare kennis, nu werd het autonoom nadenken en waarnemen door individuen de primaire epistemologie. Binnen de wetenschap woedt nog altijd een conflict tussen het denken (rationalisme) en het waarnemen (empiricisme). Maar Kant heeft lang geleden al een synthese tussen beide stromingen geformuleerd: kennis resulteert uit het nadenken over ervaringen, die door interne en externe observatie worden opgedaan. Interne observatie wordt ook aangeduid met de term ‘introspectie’, en externe observatie heeft betrekking op empirische observatie, dat is waarneming met de klassieke zintuigen: zien, horen, tasten, ruiken en proeven. Elk van de onderdelen levert niets op. In combinatie levert het kennis op. Indien vele subjecten dit doen, levert dat veel subjectieve kennis op. Als vele mensen hun resultaten met elkaar bespreken en elkaar van de juistheid proberen te overtuigen, wordt de kennis steeds intersubjectiever. Mochten alle mensen ergens van overtuigd zijn, dan hebben we de hoogste graad van objectiviteit bereikt. Perfecte objectiviteit kunnen we ons wel voorstellen, maar nooit bereiken.

Omdat wetenschap belangrijk is, hebben machthebbers altijd de behoefte gehad, om de resultaten ervan te beïnvloeden. De geschiedenis laat zien dat ze daar vaak succesvol in zijn geweest. Als tegenreactie hebben wetenschappers getracht alle subjectieve elementen uit de bestaande kennis te slopen. In de jaren ’20 werd in Wenen de Wiener Kreis opgericht. De eerste groep leden ontwikkelden het logisch positivisme: kennis is alleen waar, als het gebaseerd is op de combinatie van logica en empirische waarneming. Met name natuurwetenschappers voelden zich hiertoe aangetrokken. De later wereldberoemde wetenschapsfilosoof Popper werkte in Wenen, en vond deze aanpak dermate armoedig, dat hij naar Londen vertrok. Zijn kritisch rationalisme heeft daarna de wereld van wetenschap veroverd (Popper, 1957). Hij was van oordeel dat wetenschappers ideeen moeten ontwikkelen, en hun analyses daarop baseren. Maar de theorieën, die daaruit afgeleid worden, moeten empirisch getoetst worden, om te zien of ze ook actualiteitswaarde hebben. Een beetje wetenschapper schaart zich achter Popper. Toch schuilt hier een dikke adder onder het gras. Zijn benadering wordt rationalisme genoemd, omdat hij veel waarde hecht aan een goed geformuleerd paradigma, op basis waarvan analyse en theorie worden afgeleid. Zijn rationalisme wordt kritisch genoemd, omdat Popper van mening was dat theorieën ook empirisch getoetst moeten worden. Tegenwoordig wordt in de moderne wetenschap steeds minder aandacht geschonken aan paradigma en analyse. De nadruk is komen te liggen op de empirische toetsing van…..van wat? Van niets! Het gaat steeds meer om het zoeken naar empirische correlaties tussen empirische data. De commercie is niet geïnteresseerd in verklaren en begrijpen. Als het maar werkt! Statistische analyse is voldoende. We hebben geen empirische indicatoren nodig, maar empirische definities van empirische begrippen. We zijn weer terug bij de Wiener Kreis. Kant is weg, het rationalisme is weg, het menselijke denken is weg. We gedragen ons, en hopelijk zit daar regelmatigheid in. Dit gedrag kunnen we dan vangen in algoritmen. Robots kunnen dan mensen steeds meer vervangen. Die maken geen fouten – mensen wel.

De economie gaat steeds meer bestaan uit robots, die het werk doen. De productie kan vervolgens over mensen worden verdeeld, die veel vrije tijd hebben om een comfortabel leven te leiden. Iedereen heeft voldoende inkomen om dat te bestellen, wat hem leuk lijkt. De hemel op aarde; we zijn weer terug in het paradijs. Economische groei en technologische vooruitgang zijn de twee pilaren van dit paradijs. Het heeft geen zin meer om ruzie te maken. De welvaart zal zo overweldigend zijn, dat er ruim voldoende goederen en diensten zijn voor iedereen. En we leven nog lang en gelukkig.

Als we de problemen uit sectie 2 vergelijken met de visie, van waaruit het Westen, en in toenemende mate ook andere werelddelen, leven, zien we een groot verschil. Naarmate het mondiale productieniveau stijgt, zou vrede en rechtvaardigheid moeten toenemen, en dat is niet het geval. Goudzwaard ziet de tunnelvisie van het Westen als de oorzaak van deze discrepantie. Het mensbeeld van waaruit geleefd wordt, is één-dimensionaal. Mensen worden gereduceerd tot een economische nutsmachine. Ze willen in alle vrijheid rijk worden en een comfortabel leven lijden. Ze willen zelf bepalen wat voor werk ze doen, tegen welk loon of salaris en welke consumptiegoederen gekocht worden. Ze begrijpen dat daarvoor gewerkt moet worden en geld gespaard. Maar andere hobbels worden niet geaccepteerd en moeten zo snel mogelijk uit de weg worden geruimd.

Naar het oordeel van Goudzwaard is dat een wereldvreemd beeld. In de eerste plaats, komt een rechtvaardige verdeling niet vanzelf. Daar gaan mensen over praten, en nutsmachines kunnen elkaar niet zo gauw overtuigen van de aanvaardbaarheid van een bepaalde verdeling. Sociale conflicten zijn aan de orde van de dag. Iedere groep wil superieur zijn aan andere, rivaliserende groepen. Normen die worden ontwikkeld om tot een consensus te komen, zijn willekeurig door mensen bedacht, en kunnen snel veranderen. In de tweede plaats, zullen mensen ontdekken dat de natuur, die de primaire middelen moet bieden, ook schaars is – het ligt niet allemaal voor het oprapen, en de natuur stelt zijn eigen grenzen. In de derde plaats, identificeren veel mensen zich niet met het Westerse beeld: daar is het wel degelijk nog: ‘Dieu et Maitre’. Mensen hebben tradities ontwikkeld, waarmee ze zich identificeren. Als globalisering leidt tot een veronachtzaming van natuur en cultuur, ontstaan er politieke en militaire conflicten. In de vierde plaats, zien we dat ook in het Westen hierarchieën bestaan: ‘ni Dieu, mais beaucoup de Maitres’.

Goudzwaard stelt dat mensen heel anders zijn, en ziet dat vele culturen in de wereld niet in staat zijn het geweld dat voortspruit uit menselijke conflicten, te beperken. Hoe komen we uit de negatieve spiralen, waarin economische, sociale, politieke, militaire en natuurlijke problemen elkaar in stand houden? Vooruitgang op het ene vlak leidt tot achteruitgang op het andere vlak. Naar zijn inzicht is het goed om te kijken hoe Westerse mensen met de bijbelse wijsheid zijn omgaan.

  • Het bijbelse paradigma

 

Goudzwaard formuleert drie stellingen, die als een paradigma in zijn werk functioneren. In de eerste plaats, geldt dat onze realiteit door God is geschapen. Mensen zijn geroepen om als zijn rentmeesters op te treden. Ze worden daarbij geholpen door de goddelijke geest, die altijd actief is. In de tweede plaats, moeten we ons realiseren dat onze werkelijkheid alleen goed functioneert, als we een aantal doelen verabsoluteren, met name gerechtigheid, vrede en liefde. De realisering ervan vergt veel offers. Het kruis is hiervan een veelzeggend teken. In de derde plaats, wordt van ons gevraagd om onder alle omstandigheden hoop op een goede uitkomst te houden. De morgenster is daarvan een teken. Geloof, hoop en liefde zijn fenomenen, die mensen niet kunnen produceren; de technologie ervoor is ons onbekend. Maar de inspiratie die ervoor nodig is, kan alleen komen, als we er mentaal voor open staan. Staan we open voor het paradigma van de liefde, dan komt deze geest op één of andere wijze. Helaas kunnen mensen ook geinspireerd raken door haat, en reageren dan op problemen met wraak en geweld. Dan staan we kennelijk open door God’s tegenpool, de duivel. In beide gevallen kunnen we onze reactie versterken door het trainen van onze wilskracht. In de bijbelse visie hebben mensen de vrijheid om voor het goede dan wel voor het kwade te kiezen. Maar de omstandigheden drijven mensen een bepaalde kant op, en het vergt veel offers om een draai van kwaad naar goed te maken.

Deze uiteenzetting van het bijbelse paradigma is mijn vertaling van de drie door Goudzwaard genoemde elementen: de actieve God, en de symbolen van het kruis en de morgenster. Met deze vertaling hoop ik aansluiting te vinden met de standaard literatuur over wetenschapsfilosofie. Een paradigma, zoals bijvoorbeeld de homo economicus, kan niet empirisch kan worden waargenomen. Het huist in ons en kan alleen introspectief benaderd worden. Doen we dat niet, dan worden we gemakkelijk slachtoffer van de tijdgeest, een geest die veelal onbenoemd blijft in de moderne wetenschap.

Samengevat draait het alledaagse leven om geloof, hoop en liefde. Moet er toch gekozen worden, dan staat de liefde op de eerste plaats. Geloof en hoop zijn belangrijke voorwaarden. Voor introspectie is het goed om de stilte op te zoeken. Een drukke kantoortuin is daarvoor ongeschikt. Stel je open voor inspiratie – op deze wijze vind je jouw pad. Ga in vrede met medemensen om – ook zij die zich gedragen als jouw vijanden. Breek door groepsidentiteiten en rivaliteit heen. Concurrentie is onvermijdelijk als je gewoon probeert jouw werk zo goed mogelijk te doen. Er zijn altijd anderen, die iets vergelijkbaars doen. Rivaliteit is echter een sociaal fenomeen: ik boots degene na, die door de groep als de superieur wordt gezien. Zo kun je het verschillen met mensen, die hoger op de sociale ladder staan, verkleinen. Voor degenen, die hoger staan, moeten op de uitdaging reageren, door op een andere manier uit te blinken. Solidariteit betreft per definitie de zorg voor leden van de eigen groep, die achterblijven. Mensen, die in staat zijn zichzelf veel respect te geven, vinden het niet moeilijk om liefde te geven – ze hebben de waardering van relevante anderen minder nodig. Andere mensen domineren is een methode om zelfwaardering op te bouwen – dat kunnen ze zelf onvoldoende. In alle eenzaamheid kunnen mensen zichzelf gaan waarderen om niet. Er zijn geen prestaties nodig – ik ben er, en ik ben blij dat ik ben die ik ben. Er is nu nog één probleem. Heidegger zag als belangrijkste vraag: waarom is er iets, en niet niets? Er helpt geen oerknal aan; deze vraag kunnen mensen niet beantwoorden. Daar hebben ze het verstand niet voor. Kant heeft uitgebreid nagedacht over de grenzen van het menselijke verstand. Hij wordt gezien als een belangrijke pijler van de Verlichting. Maar hij kan evengoed als een belangrijk religieus denker worden getypeerd. Het transcendente is er wel – metafysica. Krachten die voorafgaan aan menselijk weten. Intuïtie hebben we ook. De kracht, verantwoordelijk voor de schepping van onze realiteit is bovenmenselijk – meer dan een menselijk persoon. Er zijn nu drie houdingen tegenover deze god mogelijk: hij heeft zijn schepping lief (1), hij haat zijn schepping (2), of hij is indifferent, en misschien al lang bezig met nieuwe, voor ons volstrekt onbekende, scheppingen. Ieder persoon heeft een intuïtie, die hier min of meer een antwoord op geeft. Of iets uitgebreider:

  1. God is actief de liefde van mensen voor zichzelf, voor anderen en voor de natuur te bevorderen. Mensen, die het goede nastreven, kunnen rekenen op zijn inspiratie.
  2. God is actief de haat in de wereld te bevorderen. Mensen rivaliseren, trachten elkaar te domineren. Dat de natuur daar ernstig onder lijdt, is een offer dat dan maar geaccepteerd moet worden.
  3. We merken niets van een god. Als hij al bestaat, dan heeft hij geen oog voor ons. We zijn volstrekt eenzaam wat dat betreft. Bidden heeft geen zin. De mensen moeten het van elkaar hebben.

In de volgende sectie gaan we in op de vraag naar een positieve rol van religie.

  • De rol van religie in de maatschappij

 

Religie heeft betrekking op de ultieme betekenis van het leven, op de binding die mensen aangaan, welke hun leven vorm geeft.Het vormt de basis voor een gevoel van veiligheid en vertrouwen. Zelfs in de meest bizarre omstandigheden kunnen mensen hoop houden en liefde geven. Het gaat over het ankerpunt dat we in het hogere hebben, in het transcendente, in het ‘waar we vandaan komen, en waar we weer naar toe gaan’. Veel meer woorden moeten we daar niet aan besteden, want we hebben niet het vermogen om fenomenen als eindigheid en oneindigheid ons voor te stellen. Kennelijk is dat niet het doel van ons leven hier – praten over zaken waar we geen verstand van kunnen hebben. We kunnen wel stil staan bij ons gevoel, onze intuïtie. We kunnen elkaar daarmee ondersteunen in tijden van wanhoop.

Het is maatschappelijk gezien zelfs erg verstandig om het te laten bij het uitwisselen van existentiële gevoelens, en de eenzaamheid die dat geeft, bestrijden door er voor een ander te zijn. Fenomenen, die belangrijk zijn, worden bijna automatisch voorwerp van menselijke strijd. Haatdragende religieuze mensen willen andere mensen domineren met het idee dat zij weten wat god wil, en van ons vraagt. Deze mensen zoeken dominantie om hun eigen onzekerheden te verminderen – ze willen zichzelf en anderen bewijzen dat ze superieur zijn, en daarbij concreet aanwijzen, wie inferieur zijn. Religie is bij uitstek geschikt voor deze rol: het biedt een plezierig antwoord op de eigen existentiële vraag: waartoe ben ik hier? (1), het dwingt andere mensen sociale erkenning af (2), en het biedt een machtige positie, die voor economische doeleinden gebruikt kan worden (3).

De geschiedenis van het Jodendom en het Christendom illustreert hoe een mengsel van psychische, sociale en economische drijfveren, explosief wordt als religieuze motieven daar nog eens bijkomen. ‘God is met ons’ op de koppel van soldaten, ‘USA is God’s own country’, ‘we are the chosen’ vinden Joods-religieuze mensen. In katholieke regio’s worden protestanten gediscrimineerd. Nu de Islam in Europa oprukt, zijn grote problemen te verwachten. Dit doet de vraag rijzen of religie ooit een oplossing van problemen kan zijn. Op individueel niveau zien we dat veel mensen er troost uitputten. Op sociaal niveau zullen leiders moeten laten zien wat de verschillende religies bindt.

In Goudzwaard (2007) worden vele voorbeelden gegeven, waar de diverse religieuze stromingen regelmatig met elkaar praten. Het zou goed zijn als niet alleen hoogwaardigheidsbekleders uit de diverse instituties elkaar ontmoeten. Ook de ‘leken’ zouden regelmatig ontmoetingen moeten hebben rond de vraag: wat bindt ons? Zelfs de atheisten zouden een plaats aan de ronde tafel moeten hebben: ook zij kunnen dan laten zien, hoe zij omgaan met het Heidegger-probleem.

  • Primaire emoties vormen een variabele

 

Economische, sociale en psychische problemen elkaar kunnen versterken. Het betekent dat partiële oplossingen niet werken. Het betekent ook dat in het geval er op elk terrein vooruitgang plaats vindt, de verbetering snel kan gaan. Goudzwaard ziet dat de goddelijke activiteit mensen inspireert, die daar voor open staan. Mensen zijn geschapen met de potentie om mentale en morele ankerpunten te ontwikkelen. We kunnen onszelf en elkaar leren onze intuïtie te ontwikkelen. Zonderde naam van god expliciet te noemen en te erkennen, kunnen mensen toch open staan voor zijn geest van liefde. “Je moet genieten, je leeft maar één keer”, tegen “ik ervaar dat dit mijn pad is”. Een aantal voorbeelden kunnen dienen als illustratie.

  1. Je hebt economie gestudeerd, met fiscale economie als specialisatie. Je bent bij de Belastingdienst terecht gekomen. Een interessante baan, met een goed salaris en carrièremogelijkheden. Je zit nu in een groep van experts, die regelmatig contact heeft met een aantal grote multinationale ondernemingen in ons land. Ze willen belastingverlaging, en overwegen om weg te gaan als ze dat niet krijgen. Het hoofd van de groep heeft met zijn baas afgesproken dat er geheime contracten worden opgesteld, waarin de ondernemingen worden vrijgesteld van dividendbelasting. Nu moet jij dat uitvoeren. Je weet dat de constructie van geheime contracten illegaal is. Er zijn nu verschillende strategieën denkbaar. Je voert het gewoon uit; jij bent niet verantwoordelijk voor de illegale constructie (1). Je voert het uit, want anders komt jouw carrière in gevaar (2), je praat er met een paar collega’s over, maar deze zien geen probleem (3), je praat er met je baas over, maar deze toont zich geirriteerd over jouw bemoeienis (4). Je praat er met een Kamerlid over, en je geeft haar het dossier (5). Tussen een zuiver slechte en een zuiver goede reactie bevindt zich de harde praktijk. Draag je bij aan een verbetering van de maatschappij, of geef je jouw portie aan fikkie?
  2. Je hebt economie gestudeerd, met macro-economie als specialisatie. Daarna heb je een baan bij De Nederlandsche Bank aangeboden gekregen, en geaccepteerd. Je bent nu mede verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een computerprogramma, waarmee middelbare scholieren hun macro-economische kennis kunnen vergroten. Ze kunnen de waarde van een aantal instrumentvariabelen variëren, en dan berekent de computer de waarde van een aantal doelvariabelen. Als je een verhoging van de loonvoet invult, blijkt dit de werkgelegenheid negatief te beïnvloeden. Zo, weer wat geleerd. De leerlingen maken echter geen kennis van het model dat als een algoritme in de software zit. Met andere woorden, de relaties die ze leren, zijn geheel los van welke contekst dan ook, gepresenteerd. Een goede expert weet dat dit geen zin heeft. Toch blijft de groep hiermee doorgaan. Ook nu weer de vraag: wat doe je? Ben je gewoon maar een klein schakeltje in een grotere machine, en je wil geen verantwoordelijkheid dragen voor de daden van de ‘machine’? Of stel je het probleem aan de orde?

De dagelijkse praktijk van werknemers, werkgevers en ambtenaren vormt een permanente stroom van gebeurtenissen, die laten zien dat die alle aangeven dat de mentaliteit en de cultuur een grote invloed hebben op de kwaliteit van het werk. Als 90% zich opstelt als een klein schakeltje, dan is de organisatie daadwerkelijk een machine geworden, en kunnen we het vervangen door een robot. De robot wordt aangestuurd door een aantal topmanagers en bestuurders. Zij spelen hun spelletjes, met behulp van modellen, die hun visie weerspiegelt en hun belangen dient. Ze gaan voor macht, dominantie, status. Deze machtsspelletjes vinden in elke hoek van de samenleving plaats.De gezamenlijke uitkomst van deze processen kan dramatisch zijn.Toch blijven veruit de meeste mensen doen wat ze doen: de eigen belangen en dat van hun gezin en bedrijfseenheid gaan voor overwegingen van algemener belang. Mijn pesoonlijke ervaringen maken me duidelijk dat er ook aan universiteiten veel discriminatie plaats vindt; met name bij de vaststelling van onderwijs- en onderzoeksprogramma’s. Bijna iedereen doet er aan mee. Kan de politiek dan ‘hervormingen’ doorvoeren waardoor de discriminatie stopt? Nee, natuurlijk niet. Er is uiteindelijk maar één oplossing voor de grote problemen van onze tijd: geïnspireerde personen beschouwen hun leven zinvol als ze, alleen of in klein verband, kleine stappen zetten – stappen die de media niet halen, maar wel een ondermijning zijn voor ‘het moderne project’.

  • Waarom de Bijbel?

 

Persoonlijk Intermezzo

Gedurende mijn eerste twintig jaar heb ik een bijbelse opvoeding gehad. Orthodoxie van het zuiverste water. In de daarop volgende 50 jaar zijn veel negatieve emoties hierover, weggezakt. Theologie heb ik naast me neergelegd, en vele religieuze gebruiken losgelaten. Wat nog resteert, is een sterk ontwikkeld gevoel voor rechtvaardigheid. In mijn jeugd heb ik veel door mijn geboortestad rond lopen dwalen. Het heeft mij gevoelig gemaakt voor armoede en vernedering. Ik voel me geroepen en ik voel me geïnspireerd. Vragen over hemel en hel heb ik niet meer. Ik heb vertrouwen in mijn toekomst. Doet mijn werk ertoe? Jazeker, maar vraag me niet of ik invloed heb. Dat is gelukkig niet mijn verantwoordelijkheid.

Heeft de bijbel mij beïnvloed? Ja, maar ik kan het boek niet zien als een eenduidige bron voor wetenschappelijk onderzoek. Er staat veel in dat ik niet begrijp, vele verhalen en geboden en verboden, die ik barbaars of onnodig vind. Het lijkt me nuttig om de verhalen evolutionair te interpreteren. De Joden maken een stap in de goede richting in vergelijking met de primitieve culturen, waar gewelddadige, eerzuchtige en wraakzuchtige goden heersen. Het nieuwe testament is weer een volgende stap: Jezus maakte het Joodse geloof democratisch: door iedereen, voor iedereen. Liefde als leidraad voor ons leven. Wat ons rest is de boodschap van de liefde uit handen te houden van mensen, die andere mensen ermee domineren. Iedereen moet van god afblijven – er rest slechts stilte, en dankbaarheid in tijden van voorspoed en geduld in tijden van tegenslag.

———————————————————-

Goudzwaard pikt niet wat teksten uit de bijbel, maar ziet het als het boek van God. Dat is gevaarlijk. Als dat idee ons inspireert, dreigen we vijanden te worden van mensen, die een ander boek of persoon voor heilig en onaantastbaar verklaren. De menselijke neiging om zelfrespect te ontlenen aan de eigen positie in de sociale hierarchie wordt hierdoor aangewakkerd. Economische concurrentie is goed, sociale rivaliteit is ongewenst. We zien dit ook in de economische wetenschap. De tekstboeken die worden gebruikt laten geen ruimte voor een gedegen bespreking van heterodoxe benaderingen. De neoklassieke economie domineert, ze rivaliseert, ze wordt bepaald door de goden uit de Verenigde Staten. Wetenschappers, die hun werk goed doen en wel kennis nemen van andere benaderingen, of zelfs van andere disciplines, die zich met dezelfde fenomenen bezig houden, worden gediscrimineerd.

Mensen discrimineren, want dat schept duidelijkheid. Ze hebben ook de behoefte om ongemakkelijke waarheden te ontkennen. Dat maakt onze wereld comfortabel. Als we het gebod van de liefde serieus nemen, moeten we de psychische strijd aanbinden met onze eigen zelf, die graag korte-termijn eigenbelangen dient.

Onze intuïtie kan ons twee kanten opsturen. Er zijn groepen mensen, die een hele geschiedenis achter de rug hebben, en deze zit compact opgeslagen in de geest van de op dit moment levende generaties. Sporen van geweldadigheid en de daaruit ontstane trauma’s kunnen de haat tegen andere groepen van generatie op generatie doorgeven . Dan wordt het in bepaalde situaties moeilijk voor geïnspireerde personen om op te staan, en de boodschap van de liefde voor de vijand uit te dragen – verraad! Maar als liefde ons paradigma wordt, kunnen we begaanbare wegen uitstippelen in de richting van vrede en gerechtigheid. Dat is dan de tweede strategie – een liefdestraject. Gandhi, Luther King en Mandela zijn inspirerende voorbeelden. Obama bleek ook in staat om, vooral buiten de Verenigde Staten, een enorm enthousiasme te ontketenen. Trump blijkt nu duidelijk de eerste weg te volgen. Hij kweekt rivaliteit, gebaseerd op superioriteitsgevoelens en haat tegen alles wat ‘anders’ is. Mensen kunnen zich per wilsbesluit openstellen om zich te laten inspireren door de liefde. Dit vermogen heeft god in zijn schepping ingebouwd. Liefde voor onszelf, zodat we goed met onszelf kunnen omgaan. Liefde voor mensen, die op ons pad komen. En liefde voor de natuur: dieren, planten en indrukwekkende landschappen. De natuur is dan niet louter een verzameling schaarse middelen, die het menselijk bestaan prettiger maken. Het is ook een geheel aan bewegende en levende grootheden met een eigen bestaansrecht. In de volgende sectie zal ik mijn eigen visie op de moderniteit en op de wijze waarop Goudzwaard daar mee omgaat, weergeven.

  • Moderniteit: een kritisch commentaar

 

Moderniteit is een reactie op de sterke invloed van religie en kerk op de cultuur van de samenleving. Vrije geesten hadden het daar moeilijk mee. Met name in de wetenschap is een sterke stroming ontstaan, om zich te ontworstelen aan alles wat bovennatuurlijk is. Als het niet-materiële is onbetrouwbaar. Alleen de klassieke zintuigen leveren ons betrouwbare informatie op. Het rationalisme heeft alleen logica en de daarop gebaseerde wiskunde opgeleverd. De wetenschap schreeuwt om empirische data, waarmee stabiele correlaties tussen allerlei variabelen kunnen worden vastgesteld. Ieder mens kan vervolgens met deze kennis doen wat hem goeddunkt. Als de armoede door middel van technologische groei de wereld uit geholpen is, zullen sociale en politieke conflicten de wereld uit zijn. Stabiele empirische relaties kunnen worden gebruikt om betrouwbare algoritmen te ontwikkelen, zodat een druk op de knop van een computer voldoende is om goede beleidsadviezen te leveren. Robotten doen het werk, en mensen hebben veel vrije tijd. Goudzwaard’s boek geeft vele voorbeelden, waaruit blijkt dat sommige groepen al in het rijk van de vrijheid leven, terwijl veel andere mensen nog onder het schaarste-regime gebukt gaan. Bovendien hebben mensen nog steeds veel problemen met elkaar, en putten ze de aarde uit. Met andere woorden, de rijken hebben nog niet door dat hun systeem niet duurzaam is. Maar misschien is het zo, dat ze dat ook niet willen weten.

Het is terecht dat Goudzwaard een ander paradigma zoekt. Maar wat ontbreekt in zijn werk, is een een systematische kritiek op de neoklassieke homo economicus, die nog altijd de basis vormt van de moderne visie. Het gaat mensen om comfort: in een veilige omgeving zoveel mogelijk consumeren. In de terminologie van Goudzwaard: dit is een absolute doelstelling, die wordt nagestreefd – ‘whatever it takes’. Rijke en vruchtbare grond moet desnoods gekoloniseerd worden, belangrijke natuurgebieden opgeofferd, oorlogen gevoerd. Alle waarden zoals waarheid, liefde en rechtvaardigheid moeten desnoods aan de kant. Juncker zei in de nadagen van zijn voorzitterschap van de Europese Commissie: “ja, ook bij ons geldt dat we gaan liegen, zodra het spannend wordt”. De EU toont zich een macht, die losgezongen is van haar maatschappelijke inbedding. De mensen, die aan de touwtjes trekken, bepalen waar die macht voor gebruikt wordt. Machtige hominem economici blijven werken aan een vermeerdering van hun rijkdom. Maar we kunnen van de sociologie leren, dat mensen in groepen opereren, en dat de status van hun groep een tweede primaire doelstelling is. De psychologie levert een derde essentiële doelstelling: het zelfrespect dat mensen nodig hebben om zich comfortabel te voelen. Dit impliceert dat ze bereid zijn fouten te ontkennen, en dat op den duur zelf gaan geloven: ’nee, ik heb geen grote fouten gemaakt; dat hebben andere mensen gedaan/ het waren de omstandigheden, die het onmogelijk maakten om de vastgestelde doelstelling te halen’. Als we de combinatie van deze drie mechanismen centraal stellen in onze analyse, dan weten mensen, die zich willen openstellen, welke innerlijke problemen ze moeten oplossen. Mensen, die hun eigen irrationaliteit (weglopen voor ongemakkelijke waarheden) en hun eigen immoraliteit (exclusieve groepsvorming, gevolgd door rivaliteit) leren inzien, zullen sneller geïnspireerd raken door de geest van de liefde. Eeuwenlange kerkgeschiedenis leert ons dat een wekelijkse preek van de priester of dominee, velen onberoerd hebben gelaten. Ook veel bijbellezen heeft niet opgebracht van wat de predikers hadden gehoopt. Kerkdiensten geven alle gelegenheid tot het preken voor eigen parochie – het bevestigen van wat kerkleden al wisten, namelijk dat ze bijzonder zijn. Uiteraard doet deze beoordeling geen recht aan al het goede dat de kerk ook heeft voortgebracht. Geïnspireerde psycho-therapie daarentegen, lijkt me een goed idee. In de moderne psycho-therapie gaat het om de cliënt – als zij maar gelukkig is. Maar haar rivaal is ook bij de therapeut geweest, en ook zij is er mentaal sterker uitgekomen. Het gevecht wordt dan energiek voortgezet.

De dagelijkse psychotherapie is een mix van moderne en geïnspireerde therapie. Mijn eigen ervaring hiermee is per saldo positief; mijn zelfkennis is toegenomen. Ik heb mijn oude geloof verloren, maar mijn inspiratie om van de liefde te genieten en dat weer te delen met anderen, is erdoor gegroeid. Is god er nog? Ja, als ik ‘s avonds mediteer, wordt het stil in mij – en voel ik me veilig. Dat basisgevoel is een essentieel onderdeel van de schepping – daarvoor dank, God. Dat is ook nodig gebleken, want de weerstand in de samenleving ertegen is groot: de oorzaken ook bij jezelf zoeken, en ook bij de eigen groep – uitbanning dreigt op ieder moment. Maar we kunnen leren dat voor lief te nemen: ‘whatever it takes’.

  • Conclusies

 

De problemen van vandaag zijn groot en met elkaar verbonden. Goudzwaard bespreekt de relaties tussen armoede, ongelijkheid, aantasting van het milieu en het geweld. Terwijl er een rijke top is, die steeds rijker wordt, is er een grote groep van mensen, die op een bepaald niveau blijven steken, en is er in elke samenleving een onderklasse: te weinig middelen, en uitgesloten van belangijke voorzieningen zoals recht, gezondheidszorg en onderwijs. Er wordt veel gerivaliseerd: tussen sociaal-economische klassen, tussen ethnische groepen en religie vormt vaak een bron van problemen in plaats van oplossingen. We hebben een periode gekend van minder groei van de militaire uitgaven. Maar inmiddels is de strategie van het Westen veranderd van ‘second-strike capability” naar ‘pre-emptive strike’. Ook de mogelijkheden van een kleine nucleaire oorlog worden onderzocht. Sinds Trump op het wereldtoneel is verschenen, heeft het verhaal van Goudzwaard aan urgentie gewonnen. Geen liefde, maar haat, geen vrede maar geweld, geen recht voor uitgesloten groepen – de gevangenissen zitten voller dan ooit. Gelijkheid? Daar wordt om gelachen.

In de periode van zes- tot tienduizend jaar geleden werden groepen mensen bijeengehouden door een primitieve cultuur. Goden wensten vereerd te worden. Ze waren wraakzuchtig tegen mensen, die onvoldoende offerden. Als een groep andere groepen aanviel, en de scalpen van de vijanden aan hun goden lieten zien, werden ze gezegend. Menselijke rivaliteit als afspiegeling van de permanente oorlog tussen de eigen goden en de goden van andere groepen, dat zijn de duivels (Girard, 1978).

Deze beschrijving is ideaal-typisch van aard. Natuurlijk wijkt een hisorische beschrijving van primitieve culturen hier van af (Sandersson, 1999). Er waren vaak dorpsoudsten, die het belang inzagen van goed nabuurschap – al was het alleen maar om de jongens en de meisjes een betere huwelijkskeuze te bieden. Binnen een rondtrekkende stam heerste meestal vrede, en de resultaten van jacht en plantenverzameling werden naar behoefte verdeeld.

Maar vanaf het moment dat mensen zich op een bepaalde plaats gingen vestigen, werd het mogelijk om vermogen op te bouwen. De verschillen tussen de mensen werden groter. Rijkere mensen konden zich een privé-leger veroorloven. Rijkere ethniciteiten en religies konden arme groepen onderdukken. Toen de periode van het kapitalisme aanbrak, en rijkere economieën armere gebieden gingen koloniseren, konden we eigenlijk al spreken van globalisering. Alles wat toen fout kon gaan, ging wel eens fout, en de problemen van vandaag, waren in de notedop al aanwezig.

Het kapitalisme breidde zich snel uit door het koloniseren van vele gebieden door Westerse bedrijven en overheden. Bedrijven zochten winstmogelijkheden door inheemse mensen te dwingen voor hen te gaan werken. Westerse overheden stuurden troepen naar de wingewesten, ter bescherming van de activiteiten. Er zijn twee verschillen tussen de eerste periode van kolonialisering (16e, 17e, 18e en 19e eeuw) en de huidige periode. Tegenwoordig is de kerkelijke invloed veel minder dan het een aantal eeuwen geleden was. Deze invloed had een positieve en een negatieve zijde. Veel kerken deden aan zending en missie, inclusief de ontwikkelingshulp die daar bij hoorde. Maar de dominees deden niet veel tegen de gewelddadige uitbuiting van de plaatselijke bevolking door inheemse dictators enerzijds en de buitenlandse bedrijven en legers anderzijds. Nu de kerkelijke invloed heeft plaats gemaakt voor de filosofie van de moderniteit, is de relatie er niet beter op geworden. Strikt genomen betekent redelijkheid een rationele, lange-termijn strategie, die gericht is op het eigenbelang. In deze benadering wordt er wel degelijk rekening gehouden met de belangen van anderen. In de practijk kwam hier echter, net zoals met de kerkelijke invloed, niet veel van terecht.

 

In de tweede plaats, is de technologie, die gebruikt wordt in de bedrijven en in het leger, veel geavanceerder geworden. Daarmee zijn rijke mensen veel sterker geworden dan arme mensen. Sommige rijke netwerken beschikken zelfs over privé-legers, die onwilligen terroriseren. Mafia’s zijn overal. Dit heeft de wereld een stuk onveiliger gemaakt.

Goudzwaard ziet de moderniteit als een probleem, niet als een oplossing. Kennis is ééndimensionaal. Alleen materiële economische groei op basis van technologische vooruitgang is een bron van vrede en geluk – iedereen op den duur rijk. Ongelijkheid is dan niet meer belangrijk. Primitieve religie gaf ook veel problemen. Maar het bijbelse geloof heeft een essentiële draai aan religie gegeven. God is niet veeleisend en wraakzuchtig. Het Christelijk geloof gaat over de liefhebbende God. Goudzwaard formuleert als het ware een bijbels paradigma, waarmee wetenschappelijk onderzoek kan worden gedaan. God is actief door zijn Geest (1), het kruis is het symbool van het offer, dat we moeten doen als we Jezus willen volgen (2), de morgenster is het teken dat er een einde komt aan de nacht; houd hoop (3). Ultieme doelen van de ons liefhebbende god zijn: liefde, rechtvaardigheid en vrede. Mensen zijn rentmeesters van de aarde: heb een ander lief, ook jouw vijanden, zoals je jezelf moet liefhouden; met andere woorden: wees jezelf trouw. Materiële economische groei is één van de middelen, die deze doelen kan bereiken. Moderne mensen maken echter van het middel het ultieme doel. Rijkdom en comfort is het doel geworden, ongeacht de kosten voor andere mensen en natuur. Het is daarmee tot ideologie verworden. Alles wordt vanuit het korte-termijn belang geïnterpreteerd en gerechtvaardigd. Algoritmen en robots gaan de wereld regeren – althans de mensen, die deze systemen beheersen.

Het Bijbelse paradigma is het enige effectieve antwoord. De combinatie van liefde, gerechtigheid en vrede is het enige absolute doel. De middelen moeten daarvan afgeleid worden. Geen enkel middel is heilig, en het overleven van personen en organisaties is geen doel. De mensheid zou moeten bestaan uit vrije en zich verantwoordelijk voelende personen. Ze offeren eigen belangen op, indien dat doelmatig is. In extreme situaties kan totale opoffering een oplossing zijn. Mensen, die een echt doel voor ogen hebben, worden mentaal sterk, en …het geeft een bijzonder gevoel van voldoening – je hebt een hoger doel dan louter overleven van een eenmaal behaalde materiële welstand en sociale status.

Doelmatige politiek richt zich een vermindering van de bewapening, een verhoging van de ontwikkelingshulp, in welke vorm dan ook, een minder forse ecologische voetafdruk, meer tijd voor echte ontspanning en meer tijd voor goede gezondheidszorg, onderwijs en kunst.

Naar mijn idee roept het werk van Goudzwaard, naast veel waardering, ook een aantal vragen op. In de eerste plaats, geeft het geen systematisch antwoord op de vraag welke gedragsmotieven ontbreken in het beeld van de homo economicus. In Keizer (2015) heb ik drie primaire motieven geschetst, die de basis vormen voor een integrale benadering van het menselijk gedrag. Naast het beroemde marktmechanisme van de orthodoxe economie, levert de homo sociologicus het zondebokmechanisme op, welke bepaalt wie er door wie worden gediscrimineerd, en levert de homo psychologicus het struisvogelmechanisme op, welke bepaalt, welke ongemakkelijke waarheden onbewust moeten blijven. Een transformatie van een moderne strategie naar een strategie van rentmeesterschap is dan gebaseerd op een openbaar worden van het tweede en het derde mechanisme. Het eerste mechanisme gebruikt concurrentie als middel ter verhoging van de doelmatigheid van de allocatie van middelen. In combinatie met een verminderde immoraliteit en een verbeterde rationaliteit van personen en organisaties, brengt ons dat dichter bij de doelen, waar het leven om gaat. Elk persoon kan leren zichzelf als ondernemer te zien – op markten, maar ook in het sociale verkeer en in de relatie met zichzelf. Naast de nadruk van de moderniteit op de β-technologie, komt dan de relevantie van de γ-technologie: productie van rationaliteit en moraliteit. Erg vermoeiend allemaal? In de stilte ontmoeten we onze bestemming, niet ons lot. En dat is erg ontspannend, en geeft ons steeds weer de inspiratie om door te gaan, ‘whatever it takes’.

Literatuur

Girard, R. (1978), Things Hidden Since the Formation of the World, Stanford: Stanford University Press.

Goudzwaard, B. (1997), Capitalism and Progress, A Diagnosis of Western Society, Grand Rapids, Michigan: Biblical and Theological Classics Library.

Goudzwaard, B. , M. Vander Vennen, D. Van Heemst (2007), Hope in Troubled Times, A New Vision for Confronting Global Crises. Grand Rapids, Michigan: Baker Academic.

Keizer, P. (2015), Multidisciplinary Economics, A Methodological Account, Oxford: Oxford University Press.

Popper, K. (1968), The Logic of Scientific Discovery, London: Hutchinson.

Sandersson, S. (1998), Macrosociology, An Introduction to Human Societies, New York: Addison Wesley Longman, Inc.

——————————

Piet Keizer, em. associate professor of economic methodology, Utrecht University School of Economics, 15 juli, 2020.

 

This entry was posted in Artikelen, Multidisciplinary Economics and tagged , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s