Cultuurmarxisme is een onzinnig begrip, want gebaseerd op een contradictie

Cultuurmarxisme is een onzinnig begrip, want gebaseerd op een contradictie

Naar aanleiding van de verschijning van de Nederlandse vertaling van het boek, dat Gramsci in de gevangenis heeft geschreven – “Alle mensen zijn intellectuelen” –, bespreekt Hubert Smeets het begrip cultuurmarxisme (NRC, Hubert Smeets, Politieke strijd in de bovenkamer, 31 mei, 2019). Het artikel gaat zo op in de commentaren van een aantal ‘rechtse mensen’, zoals Maarten Boudry en Paul Cliteur, dat een goede bespreking van het gedachtegoed van Gramsci er onder lijdt. Ik kom tot de conclusie dat de term cultuurmarxisme, zoals Hubert Smeets dat van Boudry overneemt, geen marxisme is, en dat de babyboomers, die ervan worden beschuldigd er aanhanger van te zijn, eerder te weinig dan teveel culturele strijd hebben geleverd.

Met name Boudry wordt gebruikt als de kenner van het marxisme van Gramsci en van de bedoelingen van de babyboomers. Maar bij zijn definiëring van het begrip cultuurmarxisme gaat het direct al fout. Door te benadrukken dat ideeën van mensen een belangrijke invloed hebben op hun gedrag, neemt Gramsci afstand van het klassieke marxisme. In de sociologische literatuur wordt de term Hegeliaans marxisme gebruikt – we weten dat Hegel door de historisch materialisme werd bestreden -. Ook een onzinnige term. Zodra iemand betoogt dat ideeën relevante variabelen zijn, die de loop van de geschiedenis beïnvloeden, verandert deze persoon het denken van Marx substantieel. Historische ontwikkeling wordt daarmee evolutionair, niet revolutionair. De babyboomers zouden een Marxistische culturele revolutie hebben veroorzaakt. We zien echter dat in de relevante periode – vanaf 1980 bijvoorbeeld, wanneer de meeste babyboomers de leeftijd van 30 jaar bereiken – de maatschappelijke ontwikkelingen een heel andere kant op zijn gegaan. Ze hebben de verzorgingsstaat versoberd, de financiële wereld gedereguleerd, en hebben de internationale handel bevrijd van overheidsregels. Wel zijn ze doorgegaan met het proces van vrouwenemancipatie en het agenderen van het milieuprobleem. Ook is er de laatste twee decennia veel meer media-aandacht voor fraude en corruptie: al die babyboomers blijken wel heel erg de weg kwijt te zijn, in het bedrijfsleven én in de collectieve sector. En dan noemen we ze links? Het zijn neoliberalen, die de morele sentimenten van Adam Smith uit hun gedachten hebben geschrapt: “greed is good”.

Eén blik op het onderwijsprogramma van de Economische Wetenschap aan de Westerse universiteiten is genoeg om te zien dat er van de ‘mars door de instituties’ van Rudi Dutschke bijna niets is terechtgekomen. Het is allemaal neoklassiek geörienteerd, zonder enige aandacht voor de basale vooronderstellingen, waarop het is gebaseerd. Dat is nog eens manipulatie, maar deze komt niet van links.

Piet Keizer, Utrecht University School of Economics, 13-07-2019

This entry was posted in Columns and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s