ECONOMISCHE WETENSCHAP EN AUTORITEIT

Economische wetenschap en autoriteit

Inleiding

Wetenschap wordt nog altijd veel autoriteit toegekend. Veel wetenschappers beschouwen zichzelf als onafhankelijk en objectief. Ze doen onderzoek naar het nog onbekende – vooral veel empirisch onderzoek. Ze zien zichzelf als mensen die in de frontlinie staan en de maatschappij voortdurend nieuwe vondsten leveren – wetenschap als de bron van vooruitgang.

Helaas wordt dit fraaie beeld nogal eens verstoord door mensen die deze vooruitgang als een bedreiging zien van hun belangen. Voor hen is waarheid op z’n hoogst een middel, maar als het doel vereist dat bepaalde waarheden niet worden uitgesproken, dan worden echte waarheidszoekers de mond gesnoerd of belachelijk gemaakt.

Deze strijd is van alle tijden. Maar de afgelopen decennia hebben globalisering en technologische ontwikkeling de wereld kleiner gemaakt, en is er een mondiaal discours ontstaan, waarin het zoeken naar waarheid het loodje dreigt te leggen. Poetin en Trump zijn de grote voorbeelden op dit moment. Erdogan kan er ook wat van. Maar wat zich de laatste decennia heeft afgespeeld in de mondiale financiële wereld is ook zeer bedreigend. Niet alleen de fraude en corruptie tieren welig. Ook de productie van economische ‘waarheden’ die een bepaald belang dienen, is enorm.

Nu wordt het lastig. Het plaatje was toch: wetenschap versus gevestigd belang? Nee, in vele gevallen is wetenschap steeds meer in de greep geraakt van machten, die kennis produceren, welke de eigen belangen dient. We kunnen spreken van instrumentele kennis,

die tegenover zuivere kennis staat. Twee vragen staan nu centraal: Wat verstaan we onder zuivere kennis, en heeft het zin om de productie van dit type kennis te financieren door de overheid. De tweede vraag is, of het zin heeft meerdere typen van instrumentele kennis te onderscheiden: kennis dat een eigenbelang van een particuliere macht dient tegenover instrumentele kennis dat de lange-termijn doelen van de gemeenschap als geheel dient.

Zuivere kennis

Hierbij moeten we denken aan logica, en de daarop baseerde wiskunde. Aan taalstructuren, aan economisch-logische analyse, sociaal-logische en psycho-logische kennis. Het betreffen ideeën over de vormgeving van onze realiteit, al dan niet gekoppeld aan een idee over de aard van een bepaalde realiteit, zoals het economische aspect. De orthodoxe economie levert zuivere kennis op, welke axiomatisch van aard is. Axioma’s zijn stellingen over vorm en inhoud van het object van studie. Ze kunnen niet empirisch kunnen worden waargenomen, maar vormen met elkaar de bril, waarmee empirische waarnemingen kunnen worden gedaan. De verzameling axioma’s van een bepaald wetenschapsprogramma noemen we het paradigma. Op basis hiervan wordt een analyse gemaakt van een denkbeeldige situatie – namelijk de situatie waarin de axioma’s realistisch zijn. De orthodoxe economie heeft op deze manier vraag en aanbod van goederen en de prijsvorming op vrije markten geanalyseerd. Het heeft theorieën opgeleverd, zoals: als de vraag naar arbeid stijgt, zal de loonvoet stijgen. Zo kunnen we ons ook een orthodoxe sociologie en een orthodoxe psychologie voorstellen. Studenten kunnen deze gedachtenexperimenten in hun gereedschapskist doen. Misschien doet er zich een situatie voor, dat ook dit instrument nuttig zou kunnen zijn. Groei van zuivere kennis is essentieel voor de ontwikkeling van bruikbare, instrumentele kennis en dient daarom met voorrang te worden gefinancierd door de overheid.

Instrumentele wetenschap

Wetenschap wordt geacht kennis te produceren, waar de maatschappij iets nuttigs mee kan doen. De grote waarheidsvraag moet van tafel – zuiverheid kun je bedenken, maar komt in de dagelijkse realiteit niet voor. Weg met axioma’s, speculaties over de ware aard van de mens, en omdat we motieven niet kunnen waarnemen, dienen ze bij voorkeur niet in onze wetenschappelijke taal voor te komen. Het is beter om het te laten bij empirisch onderzoek, waarbij gezocht wordt naar stabiele correlaties tussen empirische grootheden. In de economie was Milton Friedman voorstander van deze methodologie (Friedman, 1953). Hij gebruikte de neoklassieke analyse om tot een theorie te komen. Maar hij vond het waarheidsgehalte van de neoklassieke axioma’s niet belangrijk. Het enige dat voor hem als wetenschapper gold, was de stabiliteit van de gevonden empirische relaties. Uitvoerig monetair-historisch onderzoek bracht hem ertoe om zijn geldvraagfunctie als een stabiel verband te beschouwen. Op basis hiervan ontwikkelde hij zijn visie op de monetaire politiek (Friedman, 1963). In 1958 publiceerde Phillips zijn arbeids-historische onderzoek naar het verband tussen loonstijging en werkloosheid. Hij concludeerde dat deze relatie empirisch stabiel was, en dat er economisch-politiek gesproken een afruil mogelijk is tussen inflatie en werkloosheid. Het aardige van dit empirische verband was dat zowel Keynesianen als neoklassieken dit verband zagen als een bewijs voor hun gelijk. De Keynesianen benadrukten dat het verband niet lineair was, en de neoklassieken wezen op het negatieve karakter. In beide gevallen, in die van Friedman zowel als die van Phillips is gebleken dat er voortdurend gesleutel nodig bleek om het resultaat ook voor latere perioden te vinden. Er was eigenlijk maar een constante gevonden: empirische verbanden zijn stabiele in stabiele perioden, en instabiel in instabiele perioden. De afgelopen 8-9 jaar hebben de media volgestaan van economische waarheden, uitgesproken of opgeschreven door prestigieuze economen. Prestigieuze Nederlandse kranten publiceerden hun waarheden en lieten na om andersdenkenden aan het woord te laten. De effectiviteit van hun beleidsadviezen bleek ernstig te wensen over te laten. Helaas bleek noch het kabinet noch het parlement gevoelig te zijn voor dit probleem. Een parlementaire onderzoekscommissie zou hier op zijn plaats zijn.

De noodzakelijke terugkeer van het paradigma en de Popperiaanse feiten

We hebben gezien dat een economie in problemen geen vertrouwen kan hebben in resultaten van empirisch onderzoek, dat geen heldere en realistische theoretische basis heeft. De academische economen hebben het werk van Popper en Lakatos genegeerd, dan wel misbruikt. Verwaarlozing van een zorgvuldige formulering van het paradigma en de daarop gebaseerde analyse heeft ertoe geleid dat economen metristen zijn geworden, die zich slechts laten disciplineren door de wetten van de kwantitatieve methoden: logica, wiskunde en statistische theorie. Hierdoor hebben de empirische data die worden gebruikt hun betekenis verloren. De prijsstijging van consumptiegoederen wordt nu inflatie genoemd, terwijl de echte betekenis hier sterk van afwijkt. Mensen die een uur of meer per week werk hebben, worden niet meer als werkloos betiteld – geheel in strijd met de betekenis die Nederlanders geven aan het fenomeen werkloosheid. Het begrip depressie is afgeschaft, terwijl de eurozone al sinds 2009 zich in een depressie in de echte betekenis van het woord bevindt. Dat is moeilijk praten. Een recessie wordt tegenwoordig gedefinieerd als een aantal maanden van negatieve groei – een empirische vertaling die kant nog wal raakt. Als we gaan streven naar negatieve groei zitten we permanent in een recessie? Als de Chinezen van 14 naar 6% duikelen, is daar absoluut geen recessie of depressie?

Popper’s belangrijkste stelling was dat feiten alleen op basis van een theorie kunnen worden waargenomen. Zolang we geen realistisch paradigma hebben geformuleerd, valt er dus niks waar te nemen. Er is dus werk aan de winkel voor wetenschappers. Daar de dagelijkse praktijk niet wil wachten tot economen zover zijn, is het begrijpelijk dat ze dan maar iets in elkaar knutselen: Het CPB wordt geacht een aantal cijfers te leveren, die de nabije toekomst beschrijven. De WRR wordt geacht beschouwingen te leveren waar politiek en samenleving iets aan hebben. Het grote probleem ligt bij de universiteiten: zij hebben hun functie niet vervuld, dat is het denken over economie en samenleving theoretisch vormgeven. De constructies van orthodoxe economen, Oostenrijkers, radicaal-economen, sociaal-economen en post-Keynesianen zullen grondig moeten worden verbeterd en met elkaar worden vergeleken. Hulp daarbij kan worden verwacht van sociologen die tal van relevante constructies hebben gemaakt; en hezelfde geldt voor psychologen. Helaas worden ook deze disciplines gedomineerd door bepaalde benaderingen, waarbij het paradigma vaak maar matig of zelfs helemaal niet wordt geformuleerd.

Tegen het reductionisme en voor de pluraliteit

Het reductionisme is de belangrijkste bron van problemen. Het komt niet voort uit de noodzaak om van details te abstraheren, en de focus te richten op de belangrijke factoren. Dat doet iedereen om tot een hanteerbaar model te komen. Het gaat bij reductie om andere gebieden dan die van de eigen specialisatie als iets endogeens te verklaren – als iets dat verklaard wordt door het gebied van de specialisatie, en geen eigen invloed heeft op andere gebieden. Zolang de drang naar specialisatie economisch gedreven is, zal integratie van de afzonderlijke delen niet zo’n probleem zijn. Maar in veel gevallen is het sociaal gedreven – onafhankelijkheid en dominantie – en wordt het reductionisme opgevoerd als een ‘justifying ideology’ om daarmee het machtsstreven onzichtbaar te houden. Veel economen hebben last van die drang tot reductionisme. Heterodoxe economie wordt het leven bijna onmogelijk gemaakt en het sociale in de sociologie wordt gereduceerd tot het economische. Binnen psychologie bestaat een sterke drang om psychische dynamica en humanistische psychologie als onwetenschappelijk te veroordelen. The psyche wordt vervangen door het brein, waarmee psychologie wordt gereduceerd tot fysica en chemie. Emotie, gevoelens en gedachten hebben hiermee geen enkele interactie met het brein – ze drukken louter uit wat het brein aan het doen is

De robotisering en de ontwikkelingen binnen de kunstmatige intelligentie maakt het des te urgenter om zeer nauwkeurig uitgangspunten en de daaruit afgeleide analyses te formuleren. Vooroordelen spelen een grote rol inde wetenschap, met name bij de constructie van de paradigma’s. Daarom is het zo belangrijk om ze expliciet en daarmee bespreekbaar te maken. In het wetenschappelijke discours moeten al deze subjectieve ankerpunten met elkaar worden vergeleken. Hoe meer diversiteit, hoe genuanceerder het gesprek wordt. Pluraliteit is een noodzakelijke voorwaarde om tot minder subjectiviteit te komen. Het leidt tot concurrentie en samenwerking. Reductionisme leidt tot rivaliteit en dominantie. De kwaliteit van onze kennis vraagt – om niet te zeggen ‘schreeuwt’ – om meer interdisciplinair overleg.

Tot slot

De economie wordt gedomineerd door de neoklassieke methodologie. De orthodoxe economie, die het economische aspect van het leven probeert te analyseren, wordt als theoretische fundering van empirisch onderzoek gebruikt. Dit betekent dat het menselijk gedrag wordt gereduceerd tot economisch gedrag. Op basis van dit vooroordeel wordt in het Westen economische politiek bedreven. Een zeer groot deel van de media verspreiden dagelijks de economische waarheden van de dominante groep. Zijn dit leugens van het type, zoals die door mensen zoals Poetin en Trump worden verspreidt? Er zijn, gelukkig, graduele verschillen. De genoemde heren zijn permanent bewust bezig verwarring te zaaien. Dat kan van het merendeel van de dominante groep van economen niet gezegd worden; zij geloven in wat ze doen. Maar irrationeel is het wel – altijd maar weer andersdenkenden discrimineren en hun feiten ontkennen, zonder er kennis van te nemen. Van academisch gevormde mensen mag worden verwacht dat ze het besef ontwikkelen dat dit tot eenzijdige waarheden leidt. En dat is erg!

Piet Keizer

Associate Professor of Economic Methodology

Utrecht University School of Economics, 14 -07-2017

Aantal woorden: 1745

 

 

Advertisements
This entry was posted in Artikelen, Multidisciplinary Economics and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s