DE PROGRESSIEVE BEWEGING OP ZOEK NAAR EEN GOEDE ECONOMISCHE ANALYSE

De progressieve beweging op zoek naar een goede economische analyse

Westerse samenlevingen komen steeds meer onder druk te staan als gevolg van de combinatie van globalisering en technologische vooruitgang. Democratie blijkt steeds meer iets bijzonders, iets kwetsbaars. In China komt er nog steeds niets terecht van democratische politiek. Rusland wordt door Poetin met harde hand geregeerd – ‘vrije ondernemers’ worden door het Kremlin geintimideerd. Nu we weten dat Trump de volgende president van de Verenigde Staten wordt, moeten we vrezen voor minder aandacht voor democratische waarden.

In Noord-West Europa was de klassenstrijd gestreden, en vormde de verzorgingsstaat de synthese tussen kapitaal- en arbeidersbelangen. In Nederland was deze staat nog niet eens voltooid, toen de oliecrises duidelijk maakten dat de verzorgingsinstituties robust moesten zijn: ook in slechte tijden, waarin vele burgers in aanmerking komen voor hulp, moet het systeem niet bankroet gaan. Helaas bleken de kosten in de jaren zeventig zodanig te stijgen, dat de financiële reserves van het bedrijfsleven opraakten. ‘Rechts’ kreeg hierdoor een kans om duidelijk te maken dat ‘socialisme niet te verenigen is met een vrije samenleving’. Een lange periode van deregulering brak aan. In 2006 begon het in de financiële wereld echter te rommelen, en in september 2008 vielen grote banken om – met desastreuze gevolgen voor de mondiale economie. Overheden sprongen bij en gaven veel banken een kapitaalinjectie, zodat ze hun maatschappelijke functie van kredietverlening konden voortzetten. De Verenigde Staten en de BRIC-landen (Brazilie, Rusland, India, China) besloten hun economieën een bestedingsimpuls te geven – met positieve resultaten bleek al gauw. De eurozone daarentegen, handhaafde een strict neoliberale politiek: bezuinigingen op de overheidsuitgaven en liberale hervormingen ten aanzien van arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Deze strategie bleek slechte resultaten op te leveren. Duitsland en Nederland waren de braafste jongens in de neoliberale klas: door zoveel te bezuinigen, ontstond er een groot en structureel overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans. Hierdoor kreeg de eurozone een extra negatieve impuls, waardoor de mondiale economie nog instabieler werd. Deze contraproductieve politiek werd geleid door de Nederlander Jeroen Dijsselbloem, die namens de PVDA in onze regering zit, en de eurogroep leidt. In plaats van de mantra “financiele markten dwingen ons tot dit beleid” hadden ze beter naar de nationale parlementen moeten luisteren. Nu legde Duitsland de eurozone een dictaat op – met negatieve gevolgen. Als Duitsland en Nederland hun overheidsinvesteringen flink hadden verhoogd, dan zouden ze de eurozone en daarmee de wereldeconomie een impuls kunnen geven, Nu hebben de twee genoemde landen nog steeds een sterk deflatoire invloed op de rest van de wereld.

In mijn boek Hoe de crisis het economische denken verandert; linkse en rechtse dogma’s ontrafeld geef ik een uiteenzetting van de economische analyse die de eurozone gebruikt ter verantwoording van hun beleid. Er blijken belangrijke constructiefouten in te zitten. De denkrichting staat bekend als de neoklassieke economie, en heeft in de loop der jaren een bijna-monopolie opgebouwd in het universitaire onderwijs en onderzoek. Kenmerkend voor de neoklassieken is dat zei de orthodox-economische analyse gebruiken als theoretische fundering van empirisch onderzoek. Deze neemt aan dat de menselijke motivatie alleen economisch van aard is, en dat iedereen rationeel is. Irrationaliteit, dat vooral in onzekere situaties een belangrijke rol speelt, en de drijfveer om andere personen en groepen te domineren, wordt per veronderstelling uitgesloten . Zo is de blanke middenklasse in de Verenigde Staten niet gefrustreerd; ze zijn alleenmaar slecht geïnformeerd. In de neoklassieke wereld bestaat geen onrechtvaardigheid. Iedereen wordt beloond naar gelang zijn productiviteit.

In universitaire onderwijsprogramma’s wordt de economische intuitie van studenten bepaald door de neoklassieke benadering. Typisch-heterodoxe elementen, die de dagelijkse practijk sterk beïnvloeden, zijn bijvoorbeeld: (1) veel managers in de top van grote oeganisaties hebben last van irrationaliteit. Ahold leed aan megalomane strategieen, en viel door de mand toen noodzakelijke boekhoudkundige trucs werden ontdekt; (2) mensen, ook vakmensen, vertellen elkaar verhalen over gebeurtenissen uit het verleden en trekken daar bepaalde conclusies uit. Zo houden Duitse monetair-economen elkaar steeds weer voor dat inflatie een ramp is, dat de overheid nooit, echt nooit het proces van de geldschepping mag beinvloeden. Met andere woorden, mensen zijn historische wezens; (3) Relaties tussen mensen hebben niet alleen maar een economische aspect, maar ook een sociaal aspect. Daardoor spelen sociale conflicten en cultuur een grote rol, ook in de economie. Vrouwen in Europa worden moreel verontwaardigd zodra ze ontdekken dat mannen met vergelijkbare opleiding en ervaring een hoger loon ontvsngen dan vrouwen. Neoklassieke economen zeggen dan: kennelijk zien de besluitvormers wel een productiviteitsverschil; (4) Terwijl de neoklassieke analyse uitgaat van autonome individuen en grote econoieen niet meer zijn dan een aggregaat van individuele beslissingen, zijn er belngrijke heterodoxe stromingen, die een macro-economische visie hanteren. Een voorbeeld kan het verschil verduidelijken: de micro-benadering zegt dat Afrika arm is omdat er veel arme Afrikanen zijn. De macro-benadering zegt dat er veel Afrikanen arm zijn, omdat Arika arm is. De micro-benadering adviseert in een aantal dorpen waterpompen aan te leggen. De macro-benadering adviseert een vrgadering van Afrikaanse leiders te beleggen om plannen te bespreken, die de Afrikaanse infrastructuur te verbeteren – bijvoorbeeld een autoweg van Dzibouti naar Dakar.

 

Mijn conclusie is dat de orthodoxe economie een gedisciplineerde wetenschap is, maar veel te restrictief, en daarom geen geschikte fundering voor empirisch onderzoek, zoals de neoklassieken doen. De heterodoxe economie is een rijk kennisgebied, maar heeft te weinig ‘discipline’. Op basis van deze conclusie heb ik zelf een analyse gemaakt, waarin de economische logica wordt verbonden met de psychische logica (psychologie) en de sociale logica (sociologie). Het resultaat is dat de maatschappij niet op twee beheersingssystemen steunt, maar op vier. Het marktmechanisme en de overheidsregulering worden aangevuld met het mechanisme van de zelfbeheersing (zelfregulering) en de sociale interactie, die een positieve cultuur oplevert. Geen van de vier kan worden gemist. Deze analyse heeft vergaande gevolgen voor het functioneren van economen, juristen, accountants, marketeers en financiële experts. Hun maatschappelijk functioneren – door grote schandalen aan het licht gebracht – dient sterk te verbeteren; om te beginnen met hun programma’s aan de universiteit.

 

Piet Keizer (2016), Hoe de crisis het economische denken verandert; linkse en rechtse dogma’s ontrafeld, Amsterdam University Press| paperback| 19,95 | ISBN: 978 94 6298 90 4853 194 3 | vanaf 17 november in de boekhandel en in webshop via AUP.NL

Auteur: Piet Keizer, Associate Professor of Economic Methodology, Utrecht University School of Economics, 12/11/2016

Aantal woorden: 786

 

 

Advertisements
This entry was posted in Artikelen, Multidisciplinary Economics and tagged , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s