Waarom de flexwet averechts werkt

Waarom de flexwet averechts werkt

De Nederlandse arbeidsmarkt vertoont een structurele verschuiving in de samenstelling van vaste en flexibele banen: steeds meer flexibele, en steeds minder vaste banen. Hierdoor wordt de ongelijkheid tussen de diverse lagen in de samenleving versterkt. Eén van de instrumenten, die wordt ingezet om dit proces een halt toe te roepen, is de flexwet. Hierin wordt het de werkgevers gemakkelijker gemaakt om vaste krachten te ontslaan. Bovendien wordt het ze moeilijker gemaakt om flexibele krachten te ontslaan. De makers van de wet nemen aan dat werkgevers hierdoor worden gestimuleerd om meer vaste en minder flexibele werknemers in dienst te hebben. De wet van vraag en aanbod geeft aan dat de twee impulsen de optimale allocatie van vaste en flexibele werknemers doet verschuiven. Op de middelbare school wordt dit mechanisme al uitvoerig behandeld. Dus, wat is het probleem?

Het probleem is dat de typisch-microeconomische allocatie-theorie alleen opgaat, indien

de economie als geheel in evenwicht is. Er is dan een optimale allocatie, en de twee prikkels van de flexwet veranderen de verdeling tussen vast en flexibel, zodat de allocatie weer optimaal is, mar meer in overeenstemming met onze sociale doelen. De Eurozone anno 2016, waar de Nederlandse economie een belangrijk onderdeel van is, bevindt zich echter in een depressie. Dit betekent dat bedrijven pessimistisch zijn ten aan zien van de middellange-termijn ontwikkeling van de economie als geheel. Ze hebben meer vaste werknemers in dienst dan ze eigenlijk zouden willen hebben. Onzekere tijden vragen om flexibele krachten. Jammer dat de flexwet ons dat moeilijker maakt. Reactie: minder vaste werknemers, en minder flexibele werknemers. Nog meer investeringsplannen gaan de ijskast in.

In de figuur is een kromme getekend, die de produktiemogelijkheden van een economie aangeeft. Op de verticale as is de hoeveelheid vaste arbeid afgezet. Op de horizontale as hebben we de hoeveelheid flexibele arbeid afgezet. Als alle arbeid wordt gebruikt, bevinden we ons ergens op de curve, bijvoorbeeld in punt A. In geval van depressie, daarentegen, bevindt de economie zich ergens beneden de curve, bijvoorbeeld in punt B. De flexwet tracht een verschuiving van A naar A’ te bewerkstelligen. Maar gezien de reactie van de werkgevers – van beide categorieën iets minder – belandt de economie in punt B’.

Het is dus zaak dat de Nederlandse overheid eerst de macro-economische situatie in Nederland verbetert. In de eerste plaats moet het ministerie van Financiën in Brussel een andere begrotingspolitiek bepleiten. In de tweede plaats laat het structurele overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans zien dat er ruimte is voor een verhoging van de overheidsinvesteringen. Zodra de Nederlandse economie zich structureel op het niveau van de potentiele produktie bevindt, kan door het veranderen van de geldprikkels de allocatie in de gewenste richting worden aangepast.

 

 

 

 

 

 

 

 

This entry was posted in Columns, Multidisciplinary Economics and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s