Personen die zichzelf dereguleren – is dat echt de bedoeling?

Personen die zichzelf dereguleren – is dat echt de bedoeling?

Politieke regulering

De laatste decennia zien we een aantal tegenstrijdige tendenzen ten aanzien van het fenomeen ‘regulering’. Er zijn groepen die veel meer politieke regulering bepleiten, bijvoorbeeld meer sociale zekerheid of het sterk reguleren van migratiestromen. Andere groepen pleiten voor minder politiek ingrijpen: lagere belastingtarieven of minder ‘marktverstorende’ regels.

Sociale en zelfregulering

Maar er zijn andere vormen van (de)regulering. Daar waar mensen elkaar regelmatig ontmoeten, ontstaat een gemeenschappelijke cultuur. Dit maakt dat leden van de groep eenzelfde ‘model’ hebben van hun situatie. Van daar uit ontwikkelen ze een aantal waarden en normen, die gehandhaafd worden. Groepsleden hebben de neiging om de regels van de groep te internaliseren; het zijn hun eigen regels geworden. In elke cultuur ontstaat ook een rangorde – een hierarchie, die bepaalt wie welke sociale positie en de daaraan verbonden status toegewezen krijgt. Leden worden geacht zich aan deze spelregels te houden.

Een derde vorm van (de)regulering is de zelfregulering. Mensen hebben het vermogen om tot een bepaalde mate van zelfkennis te komen. Op basis daarvan kunnen ze met behulp van wilskracht hun gedrag bij sturen. Niets- en niemand ontziende drijfveren, moeten dan inboeten aan belang, en waarden zoals goed functioneren in een groter en goed functionerend geheel, krijgen dan de ruimte die ze nodig hebben.

Indien sociale en psychische krachten onder controle zijn gebracht, is het voor een individu niet moeilijk meer om ook economisch de noodzakelijke beheersing op te brengen. Personen, organisaties en landen bevinden zich dan altijd in de buurt van evenwicht; dat wil zeggen, alle middelen worden optimaal gealloceerd. Indien we zien dat de (staats)huishouding langdurig niet op orde is, dan heeft dat te maken met een gebrekkige regulering van de overige drie vormen van ‘control’: politieke sociale en psychische beheersing.

De vier primaire aspecten van een ‘control’-systeem

Het is essentieel om vast te stellen dat de vier vormen van ‘control’ nauw met elkaar samenhangen. Ze zijn tot op zekere hoogte complementair. Politieke regulering is alleen mogelijk als personen en groepen in de samenleving zich goed kunnen vinden in deze politieke interventie. Als dat niet het geval is, heeft wetgeving geen zin. Als er veel steun is voor een bepaalde politieke maatregel, maar de politiek faalt, en maakt geen wetten op dat specifieke gebied, is het mogelijk dat de steun geleidelijk aan afbrokkelt.

Stel dat vele marktparticipanten deugdzaam handelen – dan betekent dit dat allerlei overheidsregels niet nodig zijn. Waarom moeten we mensen confronteren met een politieke norm, terwijl ze het gewenste gedrag uit zichzelf vertonen? Hieruit blijkt dat er ook een bepaalde mate van substitutie bestaat tussen de vier vormen van ‘control’.

Alle vier mechanismen zijn nodig, maar de samenstelling is aan plaats en tijd gebonden. Toch is er één vorm, die qua belang uitstijgt boven de andere drie, en dat is de persoonlijke zelfbeheersing. Als dit mechanisme nauwelijks meer functioneert, wordt het heel moeilijk om de andere mechanismen wel goed te laten functioneren. Als het mechanisme van de zelfbeheersing wel goed functioneert, is het eenvoudig om organisaties en landen goed te laten functioneren.

Zwakke personen worden gedreven door hebzucht en een honger naar status, zonder dat er voldoende tegenkrachten in hun geest aanwezig zijn. Deze tegenkrachten zouden ertoe kunnen leiden dat personen de innerlijke kracht hebben om ongemakkelijke waarheden onder ogen te zien. Op basis van die kennis kunnen ze een levensstrategie ontwikkelen, waardoor ze in meer harmonie met andere mensen en de natuur komen te staan. “Lasting satisfaction’ is het (onbedoelde?) resultaat. Een betekenisvol leven op basis van een realistisch zelfbeeld.

Tot nu toe is het betoog nogal abstract. Een paar concrete voorbeelden werken misschien verhelderend.

Voorbeelden van de beslissende invloed van gereguleerde personen

  1. Israel en Palestina staan zeer vijandig tegenover elkaar. Het onderlinge wantrouwen is buitengewoon sterk. Vele Israeliers volgen hun leiders, die stelselmatig benadrukken hoe gewelddadig de Palestijnen zijn. Bewijzen te over. Het omgekeerde is ook het geval. Wil er ooit vrede komen, dan alleen als er personen zijn, die zich hebben verdiept in beide culturen. Deze mensen lopen het risico om voor verrader te worden uitgemaakt. Maar het is heel goed denkbaar dat deze ‘verraders’ rationeler en moreler zijn, dan al die groepsleden, die zonder al teveel kennis van henzelf en hun situatie, hun rivaliserende leiders blijven volgen.
  2. De ambtelijke leiding van het Nederlandse Ministerie van Justitie bestaat uit een aantal zwakke persoonlijkheden. Ze hebben elkaar gevonden in een cultuur van afscherming en voelen zich sterk en machtig. Ze hebben elkaar aangepraat dat dit de wijze is waarop een Ministerie moet worden geleid – niks geen pottekijkers uit het Parlement en van de media. Hun wereldbeeld maakt het nagenoeg onmogelijk om het Ministerie goed te laten functioneren in het geheel van de Nederlandse democratische samenleving. Een sterke persoonlijkheid als minister kan veel goeds betekenen voor het Ministerie.
  3. Nederlandse universiteiten worden gekenmerkt door toenemende fragmentatie van de wetenschap. Met betrekking tot de Economische Faculteiten is er zo langzamerhand nauwelijks meer sprake van analyse van menselijk gedrag. Het gaat louter nog om budgetten en status; vragen naar de kwaliteit worden niet meer gesteld. Op deze wijze heeft ‘peer-review’ weinig betekenis meer. Er zijn praktisch geen personen meer die vanuit verschillende perspectieven hebben leren denken. Weinig personen gaan nog een gesprek aan met economen, die niet lid is van de eigen groep. Glazen grenzen, die dienen ter bescherming van de eigen waarheden. Nieuwe generaties economen kennen alleen nog methoden van empirisch onderzoek. Ze zijn niet bekend met de grenzen van hun eigen vak. Veruit de meeste economen laten zich meesleuren met de massa. Hoogleraren zijn projectmanagers geworden, en hebben nooit tijd om hun vak eens goed te bestuderen – altijd onderweg naar de volgende ‘meeting’. Als gevolg van een ernstig gebrek aan sterke persoonlijkheden – in termen van John Maynard Keynes ‘wijze mensen’ – zit de economische discipline op dood spoor. De vergelijkingen die tegenwoordig door promovendi moeten worden geschat, verschillen weinig in vergelijking met 50 jaar geleden.
  4. De kwaliteit van de ziekenhuizen in Nederland wordt negatief beïnvloed door voortdurende statusgevechten tussen verschillende groepen van medische specialisten, tussen medische specialisten en verpleegkundigen, tussen de genoemde groepen en het management. Veel schaarse middelen worden verspild, die veel doelmatiger kunnen worden besteed. De vechters gaat het veelal om inkomen en status – die doelen worden vaak wel bereikt. De kosten voor de samenleving zijn natuurlijk wel hoog. De uitzonderingen bevestigen de regel: een enkele keer functioneert de elite van de organisatie wel goed, en dat wordt dan ook algemeen als een weldaad ervaren.
  5. Technologische ontwikkelingen hebben een enorme economische groei mogelijk gemaakt. Nederland raakt steeds voller – met mensen en met spullen. De natuur kan zich niet goed verdedigen, en er zijn weinig mensen, die het voor de natuur opnemen. Dat is een groot probleem, want mensen hebben de natuur nodig. Machinegeluiden maken plaats voor het geluid van dieren, zee en wind. Voor Nederlanders is het strand een ideale plaats om even tot rust te komen. Zelfs dat laatste randje wordt tegenwoordig al als bouwgebied gezien. Het kabinet gaat er over een aantal maanden over praten; ondertussen wordt er reeds gebouwd. Gedereguleerde personen die op gedereguleerde markten de samenleving ontregelen, terwijl de overheid wordt geleid door een persoon die ‘gewoon jezelf zijn’ voorschrijft.
  6. Woonwijken zijn in toenemende mate industrieterreinen geworden. Er wordt voortdurend gebouwd en onderhoud gepleegd. Boren en schuurmachines bepalen overdag de sfeer; ‘s avonds leven vele jongeren hun ontregelde levens: popmuziek, altijd en overal, veel bier en andere drugs en veel schreeuwen; en de volgende dag blijkt dat alle consumptieafval op straat is gegooid. Helaas durven mensen die er last van hebben er niets aan te doen. In de eerste plaats willen ze zelf ook zo nu en dan de ruimte hebben, om zich niets van de buren aan te hoeven trekken. Bovendien willen mensen niet opvallen; aanpassen aan
  7. de nieuwe tijd is het parool – we zijn toch modern?

De moraal van dit verhaal is dat de samenleving sterke persoonlijkheden nodig heeft, om het gesprek over cultuur op gang te brengen. Mocht dat tot resultaten leiden, dan kan politieke regulering de gevormde cultuur ondersteunen en duurzaam maken. De grote bedreiging hierbij is, dat de cultuur systematisch wordt ondermijnd door zwakke persoonlijkheden. Nederlanders zijn daar goed in: via tolerantie naar onverschilligheid tot aan ‘kort lontje’ gedrag, als er mensen zijn die de persoon herinneren aan de gemaakte afspraken.

Tot Slot

In Zuid-Europa is sprake van veel fraude en corruptie. Dat is het resultaat van aanhoudende sociale conflicten met een zeer lange geschiedenis, die maar niet worden opgelost. Noord-Europa heeft in de loop van de 20ste eeuw haar sociale conflicten wel kunnen oplossen. De welvaart is gestegen, en heeft zich gespreid over vele groepen. Toch zien we ook hier dat fraude en corruptie sterk toeneemt. Dit proces vindt niet alleen plaats in het bedrijfsleven, zoals bijvoorbeeld in de financiële sector. Ook in de sector van woningbouwcorporaties, universiteiten en gezondheidszorg worden aan de lopende band statusgevechten geleverd; altijd ten koste van mensen en van de kwaliteit van het product.

Er is maar 1 plaats in de wereld waarin mensen worden geacht belangeloos na te denken over het algemeen belang, en dat is de universiteit. Inkomen en status worden geacht geen rol te spelen. De creatieve en intelligente wetenschapper, die zich niet laat intimideren door gevestigde belangen, is het ideaaltype. Wetenschap en samenleving hunkert naar dit type persoonlijkheden. Wie dit leest, wordt hierbij opgeroepen zichzelf te reguleren, en een betekenisvolle plek in de maatschappij te zoeken.

 

Piet Keizer, 17 juni, 2016

 

 

 

 

 

 

 

This entry was posted in Artikelen, Multidisciplinary Economics and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to Personen die zichzelf dereguleren – is dat echt de bedoeling?

  1. Maro says:

    TOP artilel.
    Waar blijven de sterke persoonlijkheden ? Te druk of in t buitenlamd ?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s