DE MULTIDISCIPLINAIR-ECONOMISCHE ANALYSE VAN EWALD ENGELEN

De Multidisciplinair-economische Analyse van Ewald Engelen

Piet Keizer

[deze tekst is naar MeJudice opgestuurd als naschrift bij het artikel van Ewald Engelen; de redactie was niet bereid dit naschrift te plaatsen – teveel sociologie!!]

In de Socrateslezing van Ewald Engelen (Engelen, 2015) wordt de vloer aangeveegd met een hele reeks economen van het establishment. Ik kan me in veruit de meeste gevallen goed vinden in zijn stellingen. Op één belangrijk punt is zijn positie niet sterk. Ik zal zijn positie, mede aan de hand van een aantal citaten, verduidelijken, en dan aangeven waar verbetering mogelijk is.

  1. De neoklassieke theorie, waar Engelen zich tegen afzet, wordt aangeduid als een keuzetheorie: ”…..het tot ver na de Tweede Wereldoorlog zou duren voor de economie als keuzetheorie de andere takken van economiebeoefening had gemarginaliseerd. En dat heeft wel degelijk tot verschraling en ont-empirisering van de economie geleid”.
  2. Alhoewel Engelen vindt dat de gedragseconomie met haar grote aandacht voor de rol van emoties, de gedragsaannames verbetert, heeft hij er bedenkingen bij. “Ten eerste reproduceert het werk van Kahneman en Tversky het individualistische perspectief op de economische werkelijkheid, dat de economie al zo lang parten speelt”. “politiek,instituties, sociale normen en ideeën – ze komen in het unversum alleen voor als prikkels die het gedrag van actoren beinvloeden”. “Dit leidt tot buitenproportionele aandacht voor de rol van hebzucht, kuddegedrag en zelfoverschatting ….. en verdwijnen zaken als macht, politiek, retoriek en ongelijkheid”.
  3. “Ja, er was hebzucht, ….Maar er was ook een ongekende vervlechting. Er was ongelooflijk laks toezicht. En er was vooral een onvoorstelbaar groot aantal burgers die …verslaafd waren geraakt aan bancaire schulden… Er was ook een massieve bankaire lobby…” “Het is de ontpolitiseerde, ontdemocratiseerde sociale stilte die over de bancaire sector hing, die het bancaire wangedrag voor, in en na de crisis mogelijkheeft gemaakt”. Als er onvoldoende intellectuele tegenmacht wordt georganiseerd, zullen fouten uit het verleden steeds weer herhaald worden. We hebben geinstitutionaliseerde argwaan nodig.
  4. We kunnen alleen een intellectuele tegenmacht vormen, indien we “die kraamkamer van intellectualiteit, de universiteit, transformeren van een technocratenmachine in een instelling waar waarheidssprekers worden gevormd. “Foucault zegt van deze waarheidssprekers dat de waarheid van hun uitspraken gewaarborgd is door hun oprechtheid, hun integriteit en hun moed”.

 

Engelen kritiseert het idee van de vrije keuze van een individu. Hij waarschuwt dat we het belang van persoonlijke karaktereigenschappen niet moeten overdrijven. Hij benadrukt de relevantie van bestaande maar economisch inefficiënte en sociaal onrechtvaardige maatschappelijke instituties. Vervolgens voert hij Foucault’s waarheidsspreker op die, vooral aan de universiteit, een tegenmacht moet gaan vormen. Deze spreker moet wel aan bepaalde karaktereigenschappen voldoen: oprechtheid, integriteit en moed. Daarmee verschaft hij zich de vrijheid om te spreken, en andere mensen proberen te overtuigen. Zo vormt zich hopelijk een tegenmacht.

Wat ik eigenlijk wil zeggen, is dat een realistische verklaring naast de maatschappelijke instituties van de Institutionalisten, ook de individuele vrijheid van de neoklassieke economie en de persoonlijke karaktereigenschappen van de gedragseconomie nodig heeft. Alleen dan kunnen we grote maatschappelijke fenomenen, zoals de crisis 2008, de enorme fraudezaken,die tegenwoordig aan het licht komen, maar ook de geldverslindende oorlogen begrijpen en ten goede veranderen. Met name de sociologie heeft veel werk gemaakt van een realistischer beeld van de actor (Bourdieu, 1977) en van het proces van structuurvorming (Giddens,1986). Economen kunnen niet zonder deze bijdragen aan een beter begrip van onze maatschappij.

Referenties

Bourdieu, P. (1977), Outline of a Theory of Practice, London: Cambridge University Press.

Ewald Engelen, “Komt een topeconoom op de tv…”, MeJudice, 6 oktober 2015.

Giddens, A., (1986), The Constitution of Society: An Outline of the Theory of Structuration, Oxford: Oxford University Press.

Keizer, P., (2015), Multidisciplinary Economics, A Methodological Account, Oxford: Oxford University Press.

Advertisements
This entry was posted in Columns, Multidisciplinary Economics and tagged , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s