DE EUROGROEP HANTEERT EEN GEVAARLIJK-ONREALISTISCHE ANALYSE

De eurogroep hanteert een gevaarlijk-onrealistische analyse

  • Inleiding

De eurogroep heeft geen realistische analyse van het functioneren van de economie van de eurozone, en dat is erg gevaarlijk. De leidende instellingen – de EC, de ECB en de DB – omarmen de neoklassieke micro-economisch georienteerde analyse voor welk economisch probleem dan ook. Daar het begin van de crisis is gelegen in de financiële crash van 2008, leidend tot de mondiale depressie van 2009, is het echter zinvol om ook eens een typisch macro-economische analyse te maken van de aanhoudende crisis in de eurozone. Helaas is de dominantie van de micro-economische methodologie zo sterk, dat geluiden uit een andere hoek zelden doordringen tot de relevante beleidskringen. In het vervolg van dit artikel zullen we aangeven, wat de economische en de sociale gevolgen hiervan zijn, en welke psychisch-sociale oorzaak ten grondslag ligt aan de cognitieve starheid.

  • De micro-economische versus de macro-economische benadering

Indien bijna alle economieën in de wereld in evenwicht zijn, maar er zijn een paar kleine landen, die slecht presteren, zou het typisch micro-economische beleid voor die paar landen goed zijn. Het zou hun concurrentiepositie verbeteren door middel van een verhoging van de kwaliteit en een verlaging van de prijs van haar producten. Daar die paar landen niet in staat zijn het geheel van de wereldeconomie belangrijk te beïnvloeden, zal dit nauwelijks een negatief effect hebben op het geheel, terwijl de slecht presterende landen er wel van profiteren.

In 2009 raakte de wereldeconomie als geheel in een depressie. De Amerikanen, de Chinezen, de Indiers en de Brazilianen wisten hun economie met succes te stimuleren. Europa echter niet, gevangen als hun leiders zijn in het micro-economische denken: “ieder land moet bezuinigen, en zijn economie liberaliseren. De landen die zich aan deze aanpak houden, zullen uit het dal komen. De landen die zich hiertegen verzetten, zullen achterblijven. De euro zone kan niet functioneren als sommige landen zich niet aan de regels houden. Uiteindelijk zullen deze landen de eurozone moeten verlaten”. Nu, zes jaar later, zien we dat zelfs de opinieleiders Duitsland en Nederland geen acceptabele resultaten boeken. De belangrijkste reden voor dit falen is gelegen in de onwil van de leiders om goed naar die experts te luisteren, die in staat zijn om ook andere analyses op tafel te leggen. Met name uit de hoek van de echte macro-economen, die de eurozone als een groot geheel zien, en een belangrijke invloed uitoefent op de wereldeconomie als geheel, komen realistische beleidsvoorstellen. Deze macro-visie heeft twee economische consequenties. In de eerste plaats, is het voor elk eurozone land voordelig als het bezuinigt en de prijzen verlaagt, zolang andere landen dat niet doen. Maar als alle landen worden aangespoord om dat te doen, zakt de euro-economie verder weg. In de tweede plaats, heeft een kwakkelende euro-economie een belangrijk negatief effect op de ontwikkeling van de wereldeconomie. Ook hierdoor wordt de eurozone negatief beinvloed. Post-Keynesiaanse economen waarschuwen hier al zes jaar voor – tot nu toe zonder resultaat.

Figuur A                                Figuur B komen nog

In figuur A hebben we de marktsituatie op een neoklassieke wijze weergegeven. De symbolen, V, A, P, w, en i betekenen respectievelijk de vraag naar goederen, arbeid en kapitaal, het aanbod van goederen, arbeid en kapitaal, de goederenprijs, de loonvoet en de interestvoet. Het geeft aan dat een prijsdaling op welke markt dan ook, een beweging genereert in de richting van het evenwicht. In figuur B hebben we de marktsituatie weergegeven, zoals de post-Keynesianen zich dat in tijden van depressie voorstellen. Verlaging van goederenprijzen, lonen en interestvoeten helpen niet![1] Een verhoging van de overheidsinvesteringen zal de linker curve naar rechts doen verschuiven, waardoor er een nieuw evenwicht mogelijk wordt.

3 Sociale gevolgen van een langdurige depressie

Omdat de eurozone als gevolg van haar bezuinigingsbeleid de depressie niet heeft opgelost, zijn de verschillen tussen Noord- en Zuid-Europa toegenomen. Het onjuiste beleid is voor alle leden slecht, maar vooral voor de zwakkere economieën is het desastreus: hun exportmogelijkheden naar het Noorden werden daardoor verminderd. Met name Duitsland en Nederland zijn hiervoor verantwoordelijk. Door zelf te werken aan hun concurrentiepositie op de wereldmarkt, hebben ze een deflatoire invloed uitgeoefend op de positie van de Meditterrane economieën – èn op de ontwikkeling van de wereldeconomie. De euro-economie is nu ver verwijderd van zijn maximale productiecapaciteit, waardoor een verhoging van de overheidsinvesteringen alleen maar voordelen heeft. Door deze stap om ideologische redenen niet te zetten, heeft het Noorden veel moreel resentiment gecreëerd bij het Zuiden. Met name in Griekenland is de weerstand tegen het zogeheten Troika-beleid enorm, en worden Duitsland en Nederland gezien als de vijand. Politici en media in het Noorden versterken deze weerzin door op een zeer eenzijdige wijze de situatie te analyseren en met name de Grieken neer te zetten als luie mensen die graag potverteren en misbruik maken van de goedgevigheid van het Noorden. In Nederland is vooral de VVD, onder aanvoering van de PVDA-er Dijsselbloem, hierin actief: op basis van een volstrekt foute analyse toch met het morele vingertje naar Griekenland wijzen.

Het sociale mechanisme, dat hierdoor in werking wordt gezet, is het zogeheten zondebok-mechanisme. De eurozone heeft daarom ook een sociaal probleem, en tracht de onderlinge eenheid te bevorderen door een een zondebok aan te wijzen. Door deze de schuld te geven van de eonomische malaise, en uit de gemeenschap te stoten, hopen de leidende landen de eenheid te herstellen. “Griekenland heeft het neoliberalisme van Duitsland en Nederland uitgedaagd, en zal moeten boeten”.

De Grieken hebben enorm te lijden onder de onjuiste beslissingen van de Trojka. Ondertussen worden ze niet geholpen met de problemen waar ze sinds lange tijd mee worstelen. Zuid-Europa is niet in staat geweest om de grote sociale conflicten, die zo typerend zijn voor het kapitalisme, afdoende op te lossen. Er zijn elites ontstaan met veel economische en politieke macht. Als reactie zijn er vakbonden ontstaan, die hun politieke successen met alle macht verdedigen. Zo hebben zich een aantal machtsbolwerken gevormd, die belangrijke delen van de productie in termen van inkomen en werkgelegenheid onder controle hebben. Deze status quo pakt slecht uit voor de middenklasse en een onderlaag, die als outsiders op informele wijze aan hun nering moeten komen. Nu Syriza in Griekenland aan de macht is gekomen, zou de eurozone veel meer moeten meewerken aan een verbetering van het poldermechanisme, dat verantwoordelijk is voor de veel betere situatie in het Noorden. Dijsselboem en zijn politieke vrienden polderen niet: ze luisteren niet, en roepen daardoor veel resentiment op. De situatie in Griekenland is inmiddels zo ernstig geworden, dat iedere grootmacht in de wereld daar misbruik van zou kunnen maken: hulp in ruil voor politieke horigheid. China is al bezig in de haven van Piraeus, en de Griekse regering heeft al gedreigd eventuele Russische hulp aan te nemen. Wie een beetje weet hoe de situatie in de Griekse steden is, kan bedenken dat dit geen flauwe grap is!

Mocht de euro zone haar inzichten niet aanpassen aan de harde politieke realiteit, kunnen er grote problemen ontstaan. De grote scheidslijnen in de wereld dringen dan Europa binnen. In de jaren dertig van de vorige eeuw was oorlog de oplossing voor de problemen die het gevolg waren van de bezuinigingspolitiek van de meeste Westerse landen. Nederland bezuinigde en Duitsland bewapende zich! Het is dus van het grootste belang dat de opinieleiders in Duitsland en Nederland bij zichzelf te rade gaan. We zullen nu de vraag beantwoorden, waarom dat zo moeilijk blijkt te zijn.

  • Irrationaliteit van neoliberale opiniemakers

Het paradigma dat ten grondslag ligt aan de dominante analyse in Europa functioneert als een idee fixe – een onaantastbaar beeld van de economische werkelijkheid. Op basis van de neoklassieke idee, dat in de economische sector van de maatschappij mensen economisch en rationeel handelen, en zich niet door rivaliteit dan wel solidariteit laten bepalen, wordt afgeleid dat vrije markten altijd een sterke tendens vertonen in de richting van hun evenwicht. Overheden die verder gaan dan het beschermen van particulier eigendom, kunnen dit mechanisme ernstig blokkeren. Als onze economieën in grote problemen zijn, moeten we dus de invloed van de overheid beperken, en dan zullen ze zich automatisch herstellen.

In de practijk zien we echter dat mensen irrationeel zijn, en wel sociaal gemotiveerd zijn, zowel in positieve als in negatieve zin. Dat is de aard van het beestje, en economen dienen daar rekening mee te houden in hun analyses. De Duitse economen hebben naar eigen zeggen last van een monetair trauma, opgelopen in de jaren ‘20 van de vorige eeuw. Daarmee blokkeren ze effectieve methoden om de depressie te bestrijden. De Meditterrane samenlevingen hebben hun sociale conflicten nog steeds niet adequaat weten op te lossen, waardoor er voortdurend besluiten worden genomen die onderling inconsistent zijn – ook een vorm van irrationaliteit. Open economieën en open samenlevingen vereisen open geesten – geesten die open staan voor de analyses van mensen die andere uitgangspunten hanteren. In de practijk van de economische wetenschap is een dergelijke rationaliteit buitengewoon schaars. De neoklassieke methodologie heeft een bijna-monopolie, vooral in het onderwijs aan middelbare scholen en in het hoger onderwijs, inclusief de universiteiten. Doordat de media deze heersende opinie dagelijks reproduceert, is de kans klein dat mensen in staat zijn om het liberaal-economisch-wetenschappelijke complex te doorzien. Door de micro-economische orientatie breekt de irrationaliteit van de neoklassieke economen vooral op in geval van echte macro-economische problemen, zoals nu het geval is in de euro zone. Het gebrek aan reflectie op de eigen stellingname leidt ertoe dat ‘anderen’ de schuld van de crisis  krijgen. Deze vorm van projectie doet zich vooral in het dossier Griekenland voor: “Zij hadden zich moeten disciplineren; dan zou de situatie er heel anders uitgezien”. De Grieken voelen zich door deze projectie vernederd, en voeren nu een politiek die gebaseerd is op moreel sentiment. De stap richting Rusland kan alleen zo begrepen worden: de dagelijkse drama’s in de grote Griekse steden zijn veroorzaakt door een beleid dat erop gericht is de Grieken te straffen voor hun zonden – niet op het herstel van de Griekse economie. De leiders van de euro zone zullen moeten nadenken hoe ze de Grieken kunnen helpen met hun echte problemen, te weten een rijke elite die zich heeft afgekeerd van de samenleving, en de slechte arbeidsverhoudingen. De Noordelijke landen hebben een lange geschiedenis van polderen achter de rug – ze zouden de Zuidelijke landen kunnen gaan helpen; zolang ze zelf nog in staat zijn dit instrument te hanteren ten minste.

  • Conclusie

De langdurige problemen in de euro zone zijn te wijten aan de blindheid waarmee de leiding is geslagen waar het gaat om een wetenschappelijk verantwoorde analyse van de situatie. Aan de universiteiten zal hard moeten worden gewerkt, om tot een multidisciplinaire analyse te komen van economische situaties[2]. De nieuwe generatie van economen zal dan beter inzien wat irrationaliteit en immoraliteit betekent, en hoe dit doorwerkt in de activiteiten van alledaag. Openheid van geest, en leren van de eigen fouten, ook op het paradigmatische niveau – daar gaat het om.

Piet Keizer; Associate Professor of Economic Methodology; Utrecht University School of Economics; 07-04-2015. (Word count: 1893)

 

 

 

 

 

[1] In het boek over de geldtheorie die door de president van de Nederlandsche Bank wordt aangemerkt als zijn lievelingsboek, wordt de post-Keynesiaanse visie fout weergegeven. Daar worden rigide prijzen aangemerkt als typisch post-Keynesiaans. Dat is heel iets anders dan dat flexibele prijzen geen oplossing bieden voor het probleem van marktonevenwichtigheden.

[2] Een uiteenzetting van de ernstige fouten in de dominante denkwijze en een uitgebreide behandeling van een alternatieve route is te vinden in: Piet Keizer (2015), Multidisciplinary Economics, A Methodological Account, Oxford: Oxford University Press.

This entry was posted in Multidisciplinary Economics and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s