Het misbruik van de metafoor van de geldpers

“Geldpers kan nooit bron van vertrouwen worden”

Mathieu Segers betoogt in Het Financieele Dagblad van 711 december 2014 dat de geldpers nooit een bron van vertrouwen kan zijn bij het oplossen van de eurocrisis. Hierbij maakt hij een aantal belangrijke fouten in de argumentatie. De belangrijkste blijkt eigenlijk al uit de titel. Hij stelt zich een reële economie voor, met produktie en werkgelegenheid als belangrijkste fenomenen. Los daarvan staat een geldpers. En sommige economen denken nu dat reële problemen kunnen worden opgelost door wat meer geld te drukken. Het beeld dat Mathieu Segers hier schetst is die van de oude kwantiteitstheorie van Irving Fisher (1911). Dit idee wordt de neutraliteit van het geld genoemd, geldt onder de voorwaarde dat de reele economie in evenwicht is! Als er dan meer geld in omloop komt, is inflatie het gevolg. De huidige situatie is die van een onevenwichtige economie, die geen mechanisme heeft dat zorgt herstel. De ECB voert nu een beleid dat door Friedman is verdedigd, en waartegen Keynes zich heeft verzet.

Onze economie heeft drie geldkranen, waarvan er twee wagenwijd open staan. In de eerste plaats stroomt er via onze lopende rekening van de betalingsbalans permanent geld in de economie. In de tweede plaats hanteren de banken een lage rente, waarmee ze proberen bedrijven te verleiden om kredieten aan te vragen. In Nederland verloopt dit proces niet goed – de geldkraan staat open, maar er komt te weinig geld uit -daar bedrijven pessimistisch zijn over de middellange termijn van de economie, en de banken proberen hun solvabiliteit te verhogen. Onze derde kraan is in het Verdrag van Maastricht dichtgedraaid.

Het aanhoudende overschot op de Nederlandse betalingsbalans heeft een negatief effect op onze economische omgeving. Het zijn vooral armere landen die de Nederlandse economie voor een diepe val hebben behoed. De tweede kraan zou tijdelijk dichtgedraaid moeten worden om de banken de gelegenheid te geven om financiëel minder fragiel te worden. Dan staan we voor de vraag hoe een groeiende economie aan de benodigde betaalmiddelen moet komen. In een depressie hebben consumenten en bedrijven de neiging om hun schulden af te lossen, hetgeen geldvernietiging impliceert. Om dit proces te stoppen en voor de noodzakelijke stijging te zorgen,  zullen we de derde geldkraan moeten gebruiken. De overheid zal haar investeringen moeten verhogen (reële sfeer!), en zal dit moeten financieren door middel van het verkopen van nieuwe obligaties aan de centrale bank, met een interestpercentage van 0 en een eeuwigdurende looptijd. Op deze wijze wordt de reële economie alleen op positieve wijze beïnvloed. Zo heeft Keynes dat voor de jaren dertig van de vorgie eeuw voorgesteld, en het lijkt me een zeer aantrekkelijk voorstel om de crisis in de Europese economie aan te pakken. Dat de euro nog steeds bestaat, ligt niet aan het feit dat beleidsmakers nogal passief zijn gebleken. Dat moet verklaard worden uit het feit dat de euro enige stabiliteit heeft gebracht in onze Europese economie in depressie.

Dr. Piet Keizer

Associate Professor Economic Methodology

Utrecht School of Economics

16-12-2014

Aantal woorden: 479.

This entry was posted in Columns and tagged , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s